vrijdag 11 oktober 2013

Grenzen

Deze week in 't St. Francis Hospital was voor mij heftig, maar ook heel 'rewarding'.

Maandag ben ik een dagje ziek thuis gebleven, na een vreselijke nacht slapen en met een flinke verkoudheid die was komen opzetten. Ik heb gelukkig nog wel goed m'n verjaardag kunnen vieren: op facebook, via WhatsApp en de mail stroomden de felicitaties binnen, en ook hier in Tanzania hadden ze goed hun best gedaan. Zo hadden ze ballonnen opgehangen, waren er een aantal cadeautjes en mocht ik 's avonds kaarsjes uitblazen die in de pannenkoeken waren gestoken. En ik heb natuurlijk met een aantal mensen gebeld.

Dinsdag ben ik weer rustig aan begonnen, op de 'gewone' kinderafdeling. 's Middags hebben we gewerkt aan de reanimatie-presentatie voor de reanimatiecursus. Helaas viel de stroom uit, en omdat Lara's laptop maar een kwartier zonder stroom kan hebben we 'm niet af gekregen.

Woensdag voelde ik me weer goed genoeg om naar Neonatal Ward Sauna te gaan. In de tijd dat ik er niet was, merkten we echter al wel dat mijn Campagne Vocht z'n vruchten begon af te werpen: er werd druk gerekend, en intern Rashid legde aan de nieuwe intern uit hoe je op de juiste manier de vochtbehoefte moest bepalen! De statussen die ik heb bekeken, noemden bij het beleid-gedeelte ook telkens op welke manier de baby's aan eten en vocht moesten komen, en hoeveel ze dan moesten krijgen (in het geval van een infuus, of cupfeeding/maagsonde).

Die middag stond ik ook voor het eerst ingeroosterd: ik moest samen met de nieuwe intern Emmanuel alle kindjes die werden opgenomen zien en beleid bepalen. Emmanuel vertelde me dat er een kindje was opgenomen op de Neonatal Ward, en vroeg of ik daar even naar wilde kijken. Tuurlijk, geen probleem. Toen ik echter aankwam op de Neonatal Ward, bleken intern Praygod (zo heet 'ie, echt waar, ik maak geen grapje) en een kinderarts daar bezig te zijn met een reanimatie. Ik heb me in eerste instantie een beetje op de achtergrond gehouden, en hield me vooral bezig met het beleid van het net opgenomen kindje. Ik zag echter al vrij snel dat de beademing die aan het andere kindje werd gegeven niet correct werd uitgevoerd. Het koppie lag niet goed, en ook het tempo van de beademing lag te laag. Ik heb daarom - voor even, dacht ik toen -  de beademing overgenomen. Omdat het hartje goed klopte, waren borstcompressies niet nodig. De kinderarts liep weg, en ook Praygod verdween uit het zicht. Die zijn wat halen, dacht ik. Ha, naïeveling die ik ben! Na enkele minuten beademen, terwijl het zweet van me afdroop, heb ik de deur die de 'hot room' met de 'cold room' verbindt geopend. Praygod stond op het punt om te vertrekken, de kinderarts was in geen velden op wegen te bekennen. "Waar is de kinderarts?" vroeg ik aan Praygod. Die bleek weg te zijn, hij had 'n vergadering. Een vergadering?! Liet hij mij, een student, alleen achter tijdens een reanimatie om naar een vergadering te gaan?! Ik voelde me zó in de steek gelaten! Ik waak er voortdurend voor dat ik niet (te veel) over mijn grenzen heen ga, maar nu werd ik gewoon door iemand anders even lekker 100km over mijn grens geplaatst doordat die persoon naar een vergadering moest. Sta je daar, met een bijna-dood kind, in je uppie.

Ik heb Praygod gedwongen om bij me te blijven. Die arme jongen had sinds de ochtend geen hap meer gegeten, terwijl het nu half 5 was. Maar 't is een lieverdje, en hij begreep me. Of ik was gewoon heel dwingend, dat kan ook. (Is "I need you to stay with me, I don't want to be here alone, with a dying baby!" dwingend..? :-P Ik heb hem uiteraard gezegd dat ik het echt begrijp, van dat 'ie honger heeft en naar huis wil, maar dat ik gewoonweg niet alleen wilde zijn.) Tussen de beademing door heb ik snel Lara gebeld en gevraagd of ze richting het ziekenhuis wilde komen. Ik voelde de bui namelijk al hangen: Praygod vertelde me dat ze al ongeveer 3 uur bezig waren met reanimeren nadat ik gevraagd had hoe lang dit kindje al zo slecht was. En het kindje ademde niet meer zelf. De enige reden dat we nu nog een kloppend hartje hadden, was omdat wij door middel van de beademing mechanisch lucht, en daardoor zuurstof, in z'n longetjes pompten.

Gelukkig waren Lara en David, die ook meekwam, er snel. Samen hebben we beademd en overlegd, bij gebrek aan een supervisor. De kans dat dit kindje nog zelf spontaan zou gaan ademen was nihil, en ook als dat zou gebeuren zou hem geen lang (of gelukkig) leven beschoren zijn. We hebben dus besloten om te stoppen met beademen, om hem op een rustige manier zijn laatste minuten op aarde te laten beleven. We hebben aan de moeder gevraagd of zij haar zoontje wilde vasthouden, maar dit wilde ze niet (en de verpleging keek ons overigens ook heel raar aan). Daarom hebben we hem lekker in doeken gewikkeld en heeft Lara met hem rondgelopen en lieve dingen tegen hem gezegd.

Ondertussen was het net opgenomen kindje ook gestopt met ademen (alhoewel z'n hartje nog wel klopte), dus ik stond hem te beademen terwijl de tranen over mijn wangen liepen en ik m'n snikken met moeite kon binnenhouden. Gelukkig krabbelde hij na een tijdje weer op, en begon hij zelfstandig te ademen. Hierdoor stonden we met z'n drieën rond het andere kindje toen hij overleed. Ik hoop dat we hem op die manier nog een goed einde van zijn - veel te korte - leventje hebben gegeven. Als ik voor hem had kunnen zingen - da's vrij onmogelijk met 'n brok in je keel - had ik 'n basisschool liedje voor hem gezongen: 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde...'

Thuis ben ik onder de douche gaan staan, heb ik lekker gehuild, en heb ik met Bouke gebeld. Wat. Een. K*tdag. Het is niet alsof er een andere uitkomst zou zijn geweest, maar ik had wel net - actief - besloten om te stoppen met beademen, waardoor er iemand - een kleine, onschuldige baby - was overleden. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.

Ik had de volgende dag - begrijpelijk, hoop ik - geen zin in het ziekenhuis. Maar goed, 'put on your big girl panties and deal with it', dus ik ben wel naar het ziekenhuis gegaan. Waar ik best blij mee was. Want er gebeurde iets waardoor ik mijn aanwezigheid hier weer als iets 'positiefs' zag.

Gedurende de bijna twee weken dat ik nu op de neonatologie heb gestaan, heb ik een 'projectje' gehad: een te vroeg geboren meiske. Ik had een (voor hier) ingewikkeld vochtbeleid bepaald, wat goed werd uitgevoerd. Ze kwam aan in gewicht, leek wat alerter en minder ziek, en begon al wat actiever te worden. Gisteren deed Praygod een gedeelte van de visite, terwijl ik ergens anders mee bezig was. Onder andere ook 'mijn' meiske werd door hem gezien. Dacht ik. Maar aan het einde van de visite, toen ik het merendeels had overgenomen, zat haar mama opeens tegenover me, met 't popje in haar armen. En het klinkt misschien als iets kleins, maar het deed me zoveel goed om te weten dat haar moeder me vertrouwt, en dat ze liever wil dat ik naar haar kijk en voor haar zorg dan dat Praygod - of iemand anders - dat doet. En het is misschien maar een druppel op een gloeiende plaat, maar voor dit meiske, en haar moeder, maak ik blijkbaar een wereld van verschil. Dat voelt fijn, zeker na een dag zoals woensdag.

Vrijdag was weer een 'normale' dag, en nu is het weekend, met een bruiloft in 't verschiet. Op dagen als woensdag vraag ik me af wat me in vredesnaam bezielde om naar Afrika te vertrekken. Maar op andere dagen geniet ik met volle teugen van deze ervaring. En hopelijk blijft dat laatste gevoel de bovenhand houden.

En nu: nog wat foto's!

Op m'n ballonnentroon met m'n pannenkoekentaart!

Met Alpha, derdejaars geneeskundestudent, in het ziekenhuis

Niet alleen mensen-mama's verblijven in de Maternity Ward, maar ook deze kat met haar p/snoesjes

Double rainbow all the way across the sky!

Een dia van een presentatie deze vrijdag. Beetje ironisch gezien mijn ervaring afgelopen woensdag, of niet?

1 opmerking:

  1. Wauw Jonneke, wat maak je zo wat mee... wat liggen hoop en verdriet dan dicht bij elkaar. Hopelijk is het de komende tijd even wat rustiger:)

    Groetjes,
    Anne

    BeantwoordenVerwijderen