zaterdag 28 september 2013

Tumekwenda sokoni

Twee keer goed nieuws, één keer slecht nieuws: het meisje van vorige week - met de longontsteking - is vrijdag naar huis ontslagen. Nog altijd doodsbang voor ons, maar wel weer (bijna) beter! We hebben haar uitgezwaaid, en d'r vader had een lach van oor tot oor, zo blij was 'ie. 'Ons' reanimatie jochie doet het ook goed: hij is levendig, hij drinkt goed, en hij is niet ziek. Heerlijk! En het reanimatie-meiske... Die heeft het helaas niet gehaald.

Of, nou ja, helaas... Ik voel me er erg dubbel over. Ik heb me de afgelopen dagen talloze keren afgevraagd of we zo lang met haar reanimatie zijn bezig geweest voor haar, of voor ons. Want als je een roze baby hebt, met een kloppend hartje, dat 'alleen maar' niet ademt, dan is het heel, héél, heel lastig om de beslissing te nemen dat je stopt met beademen. Dus zijn we voor ons eigen geweten doorgegaan met reanimeren, of dachten we haar een reële kans op een goed leven te kunnen geven? Ik ga er denk ik nooit achter komen. 't Heeft me in ieder geval al een aantal onrustige nachten bezorgd. Ik heb er - gelukkig - wel op een rare manier vrede mee dat ze is overleden: dit poppeke had anders waarschijnlijk een erg zwaar (gehandicapt) leven gehad.

Maar goed, het leven - ons leven, althans - gaat door. En we hadden na een zware week in het ziekenhuis was ontspanning nodig. Mede daarom, en omdat we zijn uitgenodigd voor de bruiloft van Nestory - de 'communications director' in het ziekenhuis - (en we dus stof moesten kopen voor een bruiloft-waardige jurk), zijn we zondag naar de markt in Ifakara gegaan.

Wat was dat leuk, zeg! Overal eten, en kleren, en stof, en kruiden, en indrukken. Overal 'echt' Afrika. We vonden redelijk snel leuke Afrikaanse stofjes voor iedereen. En dan begint het Grote Afding Spel. Er wordt aan ons natuurlijk een veel te hoge prijs gevraagd, waar wij het natuurlijk niet mee eens zijn, maar om het dan wel eens te worden over een prijs met de verkoper... Da's niet zomaar geregeld. We zijn er nog niet echt heel goed in, dus veel ging er niet van de prijs af. We zijn daarom maar doorgelopen, en hebben onze afding-talenten verbeterd door de ingrediënten voor guacamole te kopen (hmmmmm!). Omdat we de stoffen niet uit ons hoofd konden krijgen, en we toch echt wel stof nodig hadden voor de bruiloft, zijn we weer teruggegaan naar het stoffen winkeltje. Met veel gepraat, en lief kijken, en ge-hapana, en ge-alsjeblieft, hebben we uiteindelijk de prijs weten te verlagen van 105.000 shillingi naar 75.000 shillingi (oftewel €37,50, oftewel €12,50 per lap stof; die van mij was ruim 5 meter, dus dat is 'n zeer goede prijs!). Als we Beatrice hadden gehad was het waarschijnlijk nog minder geworden, maar goed, we mogen niet klagen!

Stof verandert niet zomaar in een jurk, dus next order of business: een kleermaker vinden! In een klein huisje/hutje vonden we een mannetje met 'n naaimachine, die een aantal woordjes Kiingereza sprak. Met verder nog een paar woordjes Swahili, wat handen- en voetenwerk, en veel gelach, hebben we ongeveer duidelijk gemaakt wat we wilden (het hielp dat ik al 'n tekening had gemaakt) en heeft de kleding-man onze maten opgenomen.

Al onze informatie werd op hetzelfde blaadje geschreven, met onze 'namen' erbij geschreven (Robin werd Hubeni, Lara veranderde in Rala, en mijn naam werd plots Yunica). De stoffen werden genummerd, en hopelijk - fingers crossed! - wordt de goede lap stof aan de correcte maten/naam gekoppeld. En hopelijk zijn de jurkjes leuk genoeg om aan te doen naar een bruiloft... Het naaien kost maar €7,50, dus als het niet past, is dat absoluut geen ramp. En anders, als het wel past, hebben we alle drie een leuke, unieke, perfect passende jurk voor €20..!

Ik hou jullie op de hoogte! Voor nu, zoals altijd, nog wat foto's van onze avonturen.

Tutaonana!

P.S.: Mam, ik heb al wat peulen voor je gevonden!

De markt (en 'n stukje David)

Ik op de markt (want ik ben en blijf een toerist, hè Els en Thijs?)

Onze maten worden opgenomen

Het atelier/hutje van de kleermaker

Ifakariaanse omgeving (en de Afrikaanse manier om van vuilnis af te komen: verbranden die hap!)

Een collectie van de beestjes in en om ons guesthouse (min de mini-schorpioen die we in de kamer van Anna Mirra en Robin hebben gevangen)(die mot was bijna zo groot als m'n hand!)

woensdag 25 september 2013

In 't diepe...

Allereerst, sommigen van jullie willen vast weten hoe het met 'onze' meid gaat. Ze huilt elke keer als ik haar aankijk (ik denk dat we haar een eeuwige mzungu-fobie hebben gegeven), maar ze loopt weer rond en ze heeft weer oog voor haar omgeving, in plaats van dat ze zich alleen maar kan concentreren op haar ademhaling. We hebben haar beter gemaakt!

Verder wilde ik vertellen over de gang van zaken hier in 't ziekenhuis, maar dat komt later wel. We hebben namelijk nogal heftige dagen achter de rug.

Dinsdagochtend werd ik gebeld door Anna Mirra, ik moest als de donder naar de verloskamers, want er was een kindje geboren dat het 'niet deed'. Ik ben zo snel ik kon daarheen gerend (wat blijkbaar als raar wordt ervaren, ik werd na gestaard door iedereen). Toen ik bij de verloskamers kwam, was het Lara al gelukt om 't hartje van het kindje te laten kloppen. Ik heb 't jochie nog beademd, maar hij kon het vrij snel zelf. Het duurde een tijdje voor hij helemaal bijkleurde, en hij was ook nog helemaal slap (dan ben je bang voor hersenschade, oftewel cerebrale parese). Op de neonatal unit bewoog hij echter zijn beide armen en benen, en was hij ook mooi roze/bruin. Deze ochtend zijn we nog even bij hem langs geweest, en hij ligt er alert en gezond bij. Pffff, dat was mijn eerste reanimatie ooit, en hij was gelukkig geslaagd...

De reden, echter, waarom we weer op de neonatal unit waren was omdat we deze ochtend nog een reanimatie hadden. We werden gebeld door Lara: een - besneden - vrouw had vannacht al 8 cm ontsluiting, met meconium (aka, poep) in het vruchtwater. Niemand die daar echter naar om kijkt of er sneller van gaat lopen. Lara werd daar vanochtend echter, en terecht, wel zenuwachtig van, en heeft dus een knip gezet en het kind er zowat uitgeduwd (wat nodig was vanwege de besnijding). Ruim 5 minuten na de geboorte - de kinderafdeling zit helemaal aan de andere kant van het ziekenhuis - kwamen David en ik aan op de verloskamers, en zijn de reanimatie begonnen. David gaf hartmassage, ik zorgde - samen met intern Rashid - voor de beademing. Dit moet 3:1, dus 3 hartcompressies, 1 beademing. Het samenwerken ging gelukkig heel goed. Na enkele minuten hadden we eindelijk wat hartactie, maar nog veel te laag. Ongeveer 12-15 minuten na de geboorte klopte het hartje >100/min, waardoor we over zijn gegaan op alleen beademing. Een reanimatie bij een pasgeborene verschilt namelijk met de reanimatie van een volwassene: in het eerste geval zijn het vaak de longen die zorgen voor een hartstilstand, terwijl het hart vaak het probleem is bij volwassenen.

Het probleem bij dit kindje was echter dat ze maar niet zelf wilde gaan ademhalen. Normaal gesproken gebeurt dit bij een reanimatie vrij snel nadat het hartje (weer) goed klopt. We hebben dit meiske uiteindelijk 50 minuten beademd, voordat ze de eerste pogingen tot eigen ademhaling ondernam. Dit ging in het begin erg stokkerig, met veel diepe zuchten en lange adempauzes (ze begon vaak pas weer te ademen als we haar prikkelden). En alhoewel ze goed was bijgekleurd - al tijdens de reanimatie was ze mooi roze -, was ze zo slap als een vaatdoek.

Nadat we haar een tijd hadden geobserveerd, om er zeker van te zijn dat ze zou blijven ademen tijdens transport, hebben we haar naar de neonatal unit gebracht. Daar kreeg ze een infuusje (na ongeveer 20 pogingen, 't arme popje), en lag ze lekker onder de warme lamp. Ook ademde ze regelmatiger en beter. Ze kreeg helaas wel een convulsie (waarschijnlijk als reactie op het zuurstoftekort tijdens en na de bevalling), waar we haar medicatie voor hebben gegeven, alhoewel dat (nog) niet leek te werken toen we naar huis gingen.

Het mag duidelijk zijn dat de vooruitzichten van dit poppeke niet goed zijn: aan een reanimatie van bijna een uur houdt ze op z'n minst een lichamelijke handicap over, hoogst waarschijnlijk een mentale, als ze het überhaupt al overleefd. Op dit moment heeft ze geen reflexen, dus ook geen zuigreflex. En dat heb je wel nodig als je het wilt overleven (in Afrika).

En wij? David en ik waren tijdens de reanimatie alleen maar bezig met de hartactie, of ze ademde, welke kleur het meiske had... Maar daarna ben ik even helemaal ingestort. Alle spanning kwam er in één grote huilbui uit. Ik was zo blij dat er niet onder mijn verantwoordelijkheid/handen een kindje is overleden (zeker toen ze maar niet wilde ademen vroeg ik me constant af, 'Wanneer stop je met reanimeren? Wanneer is het genoeg? En hoe kan ik met mezelf leven als ik nu zeg dat we ermee stoppen?'), maar tegelijkertijd knaagt de wetenschap dat de toekomst van dit meisje niet rooskleurig is nu voortdurend aan me. Was het niet beter voor haar geweest als we wel waren gestopt? Hebben we haar een dienst bewezen, of hebben we haar nu een gehandicapt, ongelukkig leven gegeven? De tijd zal het waarschijnlijk leren. En als ik het weer zou moeten doen, zou ik denk ik niet anders handelen.

Na deze vreselijk emotionele en energie-vretende ochtend, hebben we met z'n allen besloten de middag lekker vrij te nemen (het was voor Lara uiteraard ook een zeer enerverende dag). Ik had de nacht na de eerste reanimatie al voortdurend gereanimeerd in m'n dromen, dus ik heb deze middag nodig om alles even te verwerken. Anders ga ik de komende 8 weken niet overleven.

Man oh man, welcome to Africa...

P.S.: Om jullie thuisblijvers niet al te somber te stemmen: hierbij nog wat foto's.

De behandelkamer/overdrachtsruimte/verpleegkundige kantoor van de kinderafdeling

De ingang van het ziekenhuis

Ik met 'ons' reanimatie jochie (de eerste reanimatie, dus). Kijk hoe 'ie m'n hand vasthoudt! 
(Foto gemaakt met toestemming van de moeder)


zondag 22 september 2013

De brug van Ifakara

Afgelopen zaterdag nam Beatrice - de secretaresse van de communications director en ons contactpersoon in het ziekenhuis - ons mee naar... Nou ja, de titel zegt het al: de brug van Ifakara. Wat er zo bijzonder aan is? Dat kon ze niet precies uitleggen. Oh well, we zouden het wel zien. En een uitstapje is altijd leuk!

Zaterdagochtend vertrokken we dus richting de brug. In een soort van tuk-tuks, maar dan heten ze anders. Halverwege werden we gestopt door de politie, en de chauffeur in 't wagentje met David, Beatrice en Anna Mirra (één van de reddende engelen van vorige keer), vergat z'n handrem. Dus door een heroïsche daad van David - hij greep het stuur van het langzaam wegrijdende karretje - konden we alsnog doorrijden naar de brug, in plaats van dat we linea recta terug moesten naar het ziekenhuis. (Maar ik overdrijf, het was niet zo'n ramp.)

Die brug... Tja, hoe zal ik het zeggen? Die brug was nogal een anti-climax. Die brug was zelfs nog niet af. Die brug was stiekem een half afgebouwd stalen skelet. Op dit moment gaat er nog continu een pondje heen en weer om mensen de rivier over te helpen. Goed, voor de Tanzanianen is die brug wel bijzonder, want die brug is nieuw en spannend, en zoiets kennen ze in Ifakara niet. Dit wordt de enige, echte Ifakariaanse brug. Als 'ie af is.

Beatrice vertelde dat ze had gehoopt dat er krokodillen in het water zouden liggen die we konden bekijken, en dat ze ons mede daarom had meegenomen naar deze brug-in-spe. Helaas waren ee geen krokodillen te zien. Er waren echter wel boten! Dus wij kwamen natuurlijk meteen op het idee om een bootje te huren en die krokodillen (en mogelijk nijlpaarden) op te zoeken. Gelukkig dat we Beatrice hadden! Die heeft heel hard voor ons afgedongen, zodat we in plaats van €10 per persoon, nu €2 per persoon betaalden voor een boottocht van ongeveer 1,5 uur!

Krokodillen en nijlpaarden hebben we niet gezien, wel de fantastisch mooie omgeving, en een heleboel vogels (pap en Thijs: onder andere roofvogels, bijeneters, ijsvogels en reigers!). Ook waren er overal vissers, en op de oever liepen Masai met hun kuddes koeien. 't Was echt een fantastische tocht! En wat roeien die mannen hard, zeg! De stroming was erg sterk, dus dat was hard werken... En dat voor €10...

We werden aan het einde van de tocht afgezet aan de andere kant van de rivier, waar niet zoveel te doen bleek te zijn. We hebben daarom het pondje gepakt, om daarna onze tuk-tuks - of hoe ze dan ook heten - te bellen, zodat ze ons konden ophalen. Nummer 1 was er vrij snel, maar nummer 2 wilde maar niet komen. Na veel boze telefoontjes, en een - terecht - boze chauffeur nummer 1, hebben we uiteindelijk een jeep kunnen regelen die ons naar ons hostel terug kon brengen (uiteraard hebben we nummer 1 wel betaald! Hij was wel gekomen, en dat mag beloond worden. En bovendien, we kunnen wel 4000 Tanzaniaanse shilling missen ;-) ). Onderweg kwamen we nummer 2 nog tegen, maar die hebben we genegeerd.

Beatrice heeft ook de dag van haar leven gehad: ze heeft voor het eerst in haar leven op een boot gevaren en ze heeft m'n haar mogen doen (ze vindt ons haar echt prachtig, en kon er maar niet van afblijven). Ze heeft zich verder continu verbaasd over alle rare 'mzungu dingen': over het feit dat we kunnen verbranden - en daarom zonnebrand smeren -, over het feit dat we geen malaria hebben in Nederland, over het feit dat we allemaal leren zwemmen op school, over het feit dat ons haar 1-1,5 cm per maand groeit en dat ik het alleen verzorg met shampoo.. Erg grappig om dat allemaal aan haar uit te leggen!

En toen waren we weer terug! We hadden de beroemde brug gezien! Moe en voldaan hebben we gedouched, gegeten en lekker ge-pumzika-d (uitgerust). En dat pumzika-en hebben we ook lekker de hele zondsg gedaan. Even opladen voor de aankomende week in het ziekenhuis :-)

Geen blogpost compleet zonder foto's, natuurlijk, dus geniet hieronder van de fantastische brug en de omgeving van Ifakara!

P.S.: Ik heb gisteren ook al een blog geplaatst! Dus als je zin hebt kun je die ook nog lezen, als je dat al niet gedaan hebt :-)
P.P.S.: Vanochtend hoorden we over de aanval/gijzeling in Kenia, en alhoewel Ifakara erg ver weg is van Nairobi, wil ik hierbij toch heel even zeggen dat er hier helemaal niks aan het handje is. Geen reden tot zorgen!

De beroemde (beruchte?) brug van Ifakara

In de boot, met één van de roeiers (die mij ook veel kon uitleggen over alle vogels die we zagen)

David en Lara in de boot!

De prachtige omgeving (met bergen in de achtergrond)

Met Lara, Robin (de andere reddende engel) en Anna Mirra

^ Nog wat foto's van de omgeving en een foto van één van de roeiers

Op het pondje

Beatrice die zich verbaast over en zich vermaakt met mijn haar 

zaterdag 21 september 2013

Eerste week St. Francis Referral Hospital

Poeh, waar begin ik? We hebben deze week al zoveel meegemaakt, en gezien, en gedaan... Maar dat allemaal vertellen zou voor de thuisblijvers een beetje saai zijn, denk ik. Dus een paar highlights:

1. De 'wards', waar alle patiënten liggen, zijn open en groot. Kinderen liggen met z'n 6-en tot 10-en op een zaal, en er is altijd een ouder/oom/tante/oma/buurvrouw aanwezig om voor het kind te zorgen, want de verpleegkundigen zijn er om medicatie toe te dienen en te prikken, wat ze dan ook veel (moeten) doen. Extra taken worden door hen niet uitgevoerd, dat doen de ouders. Vanuit een ziekenkamer kun je zo naar buiten lopen. Buiten hangen permanent heel veel doeken en kanga's (een bepaald soort doek) aan de waslijn, want die worden overal voor gebruikt: luiers, lakens, ombinddoeken om kinderen op de rug te dragen, rokken, hoofddoeken... 'n Doek is een veelzijdig voorwerp! De kamers zijn verder ook niet 'afgesloten' van de buitenwereld, er zijn bijvoorbeeld geen ramen, en aan deuren wordt ook niet gedaan. Gelukkig hangt er boven elk bed een klamboe, die hopelijk 's avonds worden gebruikt om die stomme malariamug tegen te houden. Privacy is er natuurlijk ook niet. Alles wordt besproken in het bijzijn van de andere patiënten, en Jan en alleman kan binnenlopen. De overdracht is aan een tafel in de behandelruimte (een kamer met 3 muren), waar op dat moment altijd een aantal patiënten rondhangen. De gesprekken tussen de artsen zijn echter vaak in het Engels, terwijl de 'gemiddelde' Tanzaniaan dat niet spreekt, dus er is nog een beetje sprake van privacy...

2. Elk kind heeft een eigen A4-tje/vodje, waarop de medicatie wordt opgeschreven. Elke ouder moet 't briefje zelf bijhouden, en overhandigen aan artsen en verpleegkundigen wanneer ze daarom vragen. Een centrale controle is er niet; het komt dus regelmatig voor dat een kind bepaalde medicatie niet krijgt, of juist veel te lang. De statussen worden verder altijd in het Engels geschreven, terwijl de verpleging die taal niet zo goed beheerst, dus er zijn ook heel regelmatig discrepanties tussen wat er wordt voorgeschreven en wat
wordt toegediend aan medicatie... Kortom: een rotzooitje! Ik heb besloten dat ik als 'pretentieuze mzungu' ga bedenken hoe dit eventueel net even iets veiliger en georganiseerder kan. Alhoewel het misschien beter voor mezelf is als ik me neerleg bij de gang van zaken hier. Want dat scheelt wel wat stress.

3. Alhoewel alle artsen Engels spreken - en dit over het algemeen redelijk tot goed beheersen -, worden bepaalde woorden heel grappig uitgesproken. Swahili is een taal waar de woorden eigenlijk altijd eindigen op een klinker, ook de leenwoorden (baisekeli, daktari, Agosti, kompyuta...), en de Tanzanianen zijn er niet aan gewend dat sommige Engelse woorden eindigen op een medeklinker. De oplossing? Gewoon een i toevoegen! Woorden als weeksi, sixi, progressi, roomsi, tabsi, en - de beste, vind ik zelf - bloody transfusion komen dagelijks voorbij. Het is vrij hilarisch, maar ik kan daardoor de artsen niet altijd helemaal serieus nemen ;-)

4. Aan het einde van de eerste week hebben David en ik ons ontfermd over een kleine meid van 2 jaar, die binnen kwam met enorme ademnood. Met mijn kleine woordenschat aan Swahili kon ik de vader wat vragen stellen (Geeft ze over? Sinds wanneer heeft ze deze klachten? Eet ze goed? Heeft ze koorts?), en ik verder heb  gecommuniceerd via de verpleging . Een stethoscoop vertelde echter het meest: in de rechterlong van dit meisje kwam geen - of anders zeer weinig - lucht. Geen wonder dat ze benauwd was! Een spoed-röntgenfoto liet een nagenoeg witte long zien. Terwijl lucht zwart is op een röntgenfoto, dus dat was niet goed. We zijn gestart met antibiotica, en de chirurgie werd gebeld om het vocht - dat tussen de longbladen zat - te verwijderen. Dit gebeurde echter helaas pas de volgende dag, en in plaats van vocht kwam er 600 ml (!!) aan pus (!!!!) uit. Arm kind! Er werd meteen getest op TBC, want dat stond hoog in de 'verdachte diagnoses'; gelukkig was deze test negatief. Er wordt nu dus gedacht aan een zeer uit de hand gelopen longontsteking. De meeste pus is er nu uit, en dit had effect (ze ademde nu geen 80/min, maar zo'n 40-50/min), maar om het beestje dat dit meiske zo ziek heeft gemaakt permanent de das om te doen, zijn we gestart met een hoop antibiotica. Het infuusje dat ze hiervoor nodig heeft - en voor de pijnstilling, want een drain in je borstkas is absoluut geen pretje -  was echter gesneuveld. Op mijn aandringen kreeg ze gelukkig een nieuw infuus. Hopelijk volgt de verpleging dit weekend onze instructies op, en is dit meisje al weer 'n stuk beter als ik maandag terug kom in het ziekenhuis. Het was in ieder geval een zeer heftige casus! En pfoe, wat gaat het er allemaal sloom aan toe in Tanzania! Wat hier 24 uur duurde, hadden ze in Nederland binnen enkele uren kunnen regelen. Om maar een voorbeeld te noemen: de radioloog maakt na 12 uur alleen maar spoed- röntgenfoto's, dus die moest van huis komen. Da's toch van de zotten? Maar goed, ik zal aan dit tempo en deze werkwijze moeten wennen, als ik het de komende 9 weken wil overleven.

5. Ik heb nog heel veel te leren. Zowel over de veel voorkomende ziektebeelden (malaria, TBC, HIV/aids, ...) als over Swahili. Ik kan al veel meer spreken en verstaan dan toen we vorige week aankwamen in Tanzania, maar het kan ook nog stukken beter. Gelukkig heb ik nog even!

Ondertussen zit Lara op de 'labor ward'. Zij heeft vrijdag haar eerste bevalling zelfstandig gedaan! De afdeling heeft 'n groot tekort aan (bekwaam) personeel, waar ze zich dood aan ergert, maar ook zij heeft nog 9 weken. Hopelijk kan ze in die tijd voor heel wat vrouwen hun bevalling wat Nederlandser (oftewel, aangenamer) laten zijn.

Als we niet in het ziekenhuis zitten, doen we verder nog weinig. We zitten meestal in het hostel te leren (medisch en/of Swahili), en ik zoek m'n bedje vroeg op. Mede vanwege de muggen - ik lees liever nog even in bed, dan dat ik word lek stoken door die rotbeesten -, maar ook omdat deze week vreselijk veel energie heeft gekost. Vaak gaat het lichtje hier om 9 uur uit!

Anyway, 't is alsnog een hele lap tekst geworden! Als je het tot hier hebt uitgehouden: nog een aantal foto's om mee af te sluiten :-) En verder: tot snel! Ik hoop morgen een blog te plaatsen met onze weekend avonturen!

Nog een paar foto's die vorige keer niet wilden uploaden. Hierboven de 'eethoek' in ons hostel, met palmbomen!

De Kilimanjaro en Mount Meru vanuit het vliegtuig! Stoere papa!

Een deel van het ziekenhuis (het zijn allemaal losse gebouwen, verbonden met overdekte paden)

De longen van 'ons' arme meiske...

dinsdag 17 september 2013

Aangekomen!

Na een lange reis zijn we zaterdagmiddag aangekomen in Ifakara. Wat een avontuur is het nu al!

Maar laten we bij het begin beginnen. Donderdagavond zijn wij - Lara, David en ik - op het vliegtuig gestapt. Ik in business class, vanwege punten van papa en mama die per se op moesten. Heerlijk luxe, met meteen een drankje. Wel een chagrijnige amerikaanse man naast me, voor wie niks goed was, maar goed, behalve dat 'ie m'n armrest bezet hield verder geen last van gehad. Heerlijk gegeten, en ik heb redelijk kunnen slapen. Bij het landen op de luchthaven van Nairobi had ik een prachtig uitzicht op de Kilimanjaro. Na een korte overstap op het redelijk chaotische vliegveld van Nairobi (althans, wat ervan over is, na de brand hebben ze nu tijdelijke barakken...) hadden we nog een korte vlucht te gaan naar Dar-es-Salaam. Het was tegen die tijd goed licht geworden, en omdat ik aan het raam zat, heb ik fantastisch van het Afrikaanse landschap kunnen genieten. We vlogen vlak langs de Kili, met in de verte ook nog Mount Meru. Man, wat indrukwekkend is dat! Ik heb een aantal keer tegen mezelf gezegd, 'fuck, pap, wat ben jij cóól!', want ik heb de Kili nu gezien, hij heeft 'm in februari ook daadwerkelijk beklommen!

De aankomst in Dar-es-Salaam verliep heel voorspoedig: we waren in no-time door de douane, en de bagage was er ook snel. Daarna moesten we ons zien te navigeren in het onbekende Dar. Gelukkig vonden we de - vreselijke dure, maar heel behulpzame - taxichauffeur Dickson. Of, nou ja, hij vond ons. De trein die we hadden gehoopt te kunnen nemen reed niet, dus waren we aangewezen op de bus die zaterdagochtend richting Ifakara zou vertrekken. Voor $70 (!) reed Dickson ons naar het busstation, regelde onze bustickets (het was 'n soort van zwaan-kleef-aan effect: Lara en ik waren met ons tweeën, en hoe meer hokjes we binnengingen voor de tickets, hoe meer mannen er achter ons aanliepen om ons te 'helpen' en hun liefde voor ons te betuigen), en reed ons daarna naar het hotel dat we hadden uitgekozen uit onze reisgids. Het hotel was basic en prima, en daar hebben we ons lekker kunnen opfrissen en even kunnen uitpuffen van alle eerste indrukken. Na een uur of twee zijn we Dar in gegaan om te pinnen en te lunchen (yay, David heeft z'n eerste maaltijd overleefd!) en om wat inkopen te doen voor de reis van de volgende dag. 's Avonds zijn we, na een filmpje gekeken te hebben en onze klamboe's te hebben opgehangen, gaan slapen op het onmenselijke tijdstip van half 9 gaan slapen, omdat we 1) doodmoe waren van de dag in Dar, en 2) de volgende dag om 4 uur op moesten staan.

Zaterdag stond Dickson om 5 uur klaar om ons naar het busstation te brengen. Het bus zelf was pure chaos: overal bussen, porters, mensen, geuren, indrukken, Swahili... Ik was blij toen we in de bus zaten. We moesten betalen voor onze bagage, maar waarschijnlijk zijn we opgelicht ;-) Dat kon ons niet zoveel schelen, als we maar konden vertrekken! De busreis duurde 10 uur, met 1 korte tank-/plasstop (dat plassen lukte niet, we stonden net buiten toen de bus toeterde en al weer begon te rijden). Als het even kon, reed de bus op 'top-speed', dus dat was zo nu en dan een beetje spannend. Maar de bus had geen pech, en het was niet al te warm, dus al met al een prima tocht. Het aller, allermooiste was het korte stukje door Mikumi National Park: de snelweg loopt daar dwars doorheen, en we hebben dus onze eerste Afrikaanse dieren kunnen spotten! Een hele groep olifanten, een kudde giraffes, zebra's, honderden herten, en in ieder geval 3 soorten apen... we hoeven bijna niet meer op safari! Helaas geen foto's, de bus reed veel te snel ;-) De laatste 4 uur reizen was echt prachtig: het werd heel heuvelachtig, met overal kleine stroompjes, prachtige bomen en bloemen, en overal de bekende Afrikaanse hutjes en huisjes. We reden langs Udzungwa National Park, een prachtige berg, waar we hopelijk in de volgende weekends 'n keer langs gaan. Lara heeft 't ziekenhuis goed uitgekozen!

In Ifakara aangekomen werden we uiteraard meteen overvallen door taxichauffeurs, en stof, en hitte, en huwelijksaanzoeken. Nestory, onze ziekenhuisman, had ons 'n telefoonnummer gegeven dat niet bleek te bestaan, dus we hebben maar 'n taxi genomen naar het ziekenhuis (met de kofferbak open, omdat we te veel bagage hadden). Daar aangekomen bleek Nestory vrolijk in Dar-es-Salaam te zitten, voor zijn bruiloft (?). We stonden op het punt een andere taxi te regelen om ons naar 'n guesthouse te brengen, toen ik twee blanken aan zag komen lopen. Ik ben snel naar ze toegerend, en deze twee reddende engelen bleken op donderdag te zijn aangekomen en in het ziekenhuis te werken. Ze hebben zich over ons ontfermd en ons meegenomen naar ons geweldige hostel. Het hostel is geweldig omdat we 1) giga grote kamers hebben, 2) er is stromend water in de douche!, 3) we krijgen 3 maaltijden per dag, zonder dat we iets hoeven te doen en 4) er een geweldige zithoek is, om lekker te kupumzika-en (= uitrusten). We hebben alleen geen werkende lampen in de kamer (de elektricien, aka de vrouw met bezem, komt de lamp als het goed is snel maken) en een voortdurend stromende - dus kapotte - kraan. Oh well.

Vandaag - zondag - zijn we vooral aan het acclimatiseren, en ik probeer me alvast wat voor te bereiden op de komende weken door mijn 'Oxford handbook of tropical medicine' (van Elsje en Matthijs gekregen :-) ) door te lezen. Als we de verhalen van onze twee reddende engelen - derdejaars geneeskunde studenten, zij doen hier een onderzoek - moeten geloven, gaan we het de komende weken aardig pittig hebben, dus ik geniet nog even van dit rustige dagje!

Ik hoop snel weer een update te kunnen plaatsen, en tot dan: baadaye, na kama ipo, ipo tu!

P.S.: Ook al schrijf ik dit zondag, ik plaats het pas dinsdag, want ik heb nu pas internet.
P.P.S.: Els - en Bouke en Thijs -, ik draag je ketting voortdurend! <3
P.P.P.S.: Sinds ik dit heb geschreven, hebben we twee uilen zien vechten (en 's nachts horen vechten - ze maken dan veeeeeeeel lawaai!). Ook heb ik het - tot nu toe - bijzonderste van de reis mogen doen/meemaken: in de nacht van zondag op maandag moest ik, dankzij een wat oversture buik, opstaan. Ik heb toen maar meteen even m'n telefoon op sms'jes gecheckt, en ja hoor, er was iets aangekomen: David is oom geworden! En ik mocht dat vertellen! Het is toch wel een hele eer om dat te mogen doen! David heeft uiteraard na kwart over 3 geen oog meer dicht gedaan (ik had er ook moeite mee ;-) ), en vanochtend (maandag) hebben we de eerste foto's mogen bewonderen :-) (en voor Ella: en ja, 'then I started to cry...')

Mijn maaltijd in het vliegtuig!

Uitzicht over de Kili en Mount Meru
De gang met de deuren naar onze kamers in het hostel (en David)
De kamer van mij en Lara, ik slaap ik het linker bed