vrijdag 22 november 2013

Ik ben dokter!*

We hebben het al voorbarig gevierd in Morogoro, met een bezoek aan een zwembad en pizza, maar nu mag ik het dan echt officieel zeggen: ik hoef nooit meer coassistent te zijn. Ik ben klaar. Ik ben dokter.

Ik ben vandaag voor het laatst een ziekenhuis uitgelopen als coassistent, en dat mocht ik doen in 't St. Francis Referral Hospital. Iedereen die me kent zal het niet verbazen dat dit gepaard ging met één of twee traantjes. Het is sowieso al een emotioneel moment, in my humble opinion, maar we hebben in dit ziekenhuis zoveel meegemaakt en zoveel kunnen betekenen, dat dit het extra bijzonder maakt. Ik heb mij in de afgelopen tien weken enorm gehecht aan Ifakara, het ziekenhuis, en met name de mensen die er werken en de patiënten die onze hulp zoeken. Vooral Birgit heeft veel voor mij (en David) betekend, als emotionele steun, en omdat zij het mogelijk heeft gemaakt dat we ons project, de reanimatiecursus, werkelijkheid hebben kunnen maken. Ik heb enorm veel bewondering voor haar: ze gaat hier in totaal drie jaar verblijven, om het ziekenhuisbeleid te verbeteren, en mij lijkt dat een zware, en ook eenzame, taak. Je moet heel sterk zijn om dat vol te houden, en Birgit is dat.

Noemenswaardig aan de trip naar Morogoro voor onze 'graduation party' samen met Lizzie en Maarten is wellicht, naast het heerlijke zwembad, de pizza in het 'mzungu-restaurant' en het eindelijk kunnen printen in A3 en lamineren van onze flowchart, de terugreis. Santiago moest toevallig hetzelfde weekend in Morogoro zijn, en omdat Santiago iedereen kent en iedereen hem kent, kende hij toevallig iemand die ook naar Ifakara moest en een eigen auto in zijn bezit heeft. Voor €1,50 meer hadden we een privéreis in plaats van opgepropt te zitten in een bus. En voor die meerprijs waren we ook in twee derde van de tijd in Ifakara, want onze privéchauffeur was een gevaar op de weg. Halsbrekende inhaalmanoeuvres, met 100 km/uur over zandwegen razen, al toeterend naar andere weggebruikers die snel opzij sprongen of fietsten, en verkeersdrempels negeren (David, Santiago en ik hebben op een gegeven moment met onze koppen tegen het plafond gezeten) - hij draaide er zijn band niet voor om. En dat terwijl we de helft van de tijd blind waren door de stofwolken van de vrachtwagens waar we achter reden: de weg was weg. Wat waren we blij toen we thuis waren!

Onze laatste week hier is redelijk rustig verlopen. Ondanks wat frustraties met voorzetkamers (die papa en mama gedoneerd hebben!) en diazepam, hebben David en ik ons wederom met name beziggehouden met de diarrhea room. Want die kindjes worden bijna altijd beter en dat is wel fijn na alle ellende die we de afgelopen weken hebben gezien. Ik heb zelfs één dag de visite helemaal in mijn eentje gelopen, omdat David een dagje meeliep met dr. Anna. Dus toen heb ik mijn Swahili extra op de proef kunnen stellen! En de moeders waren die dag héél aangenaam verrast, omdat ik zonder hen te vragen om namen alle dossiers op het juiste bed kon neerleggen: dat gebeurt hier niet vaak! Of helemaal nooit, misschien. Ik werd voor het eerst toegelachen in plaats van uitgelachen. Wel heb ik een kind toen echt de schrik van haar leven gegeven door gewoon mezelf te zijn: een blank meisje. De alomvattende blinde paniek bij haar was zó sneu om te zien. Maar ik kon er weinig aan veranderen, aangezien ik de oorzaak was van deze paniekaanval, en ik moest haar toch wel echt even onderzoeken... Gelukkig kon ik haar naar huis sturen!

Ik had die dag ook een meiske in de diarrhea room dat aardig ziek was: nauwelijks wakker te krijgen, veel te laag bloedsuiker en hoge koorts. Ik heb haar snel behandeld voor de hypoglycemie, en heb daarna de rest van mijn behandelplan besproken met dr. sr. Philipina. Zij had nog een aantal (kleine) toevoegingen, en we hebben haar overgeplaatst naar room 2, de 'intensive care' van de kinderafdeling. Vanochtend leek het iets beter met haar te gaan, gelukkig. En het was ook wel fijn de verantwoordelijkheid over te dragen aan een 'senior doctor', want deze week wilde ik liever niet met ernstig zieke kindjes te maken krijgen: het was m'n laatste week, dus dit moest een goede week worden. En dat is 't geworden. Ik heb met een zeer tevreden, en een ietwat melancholisch, gevoel het ziekenhuis kunnen verlaten, coassistent af.

Ondertussen is met name Lara druk bezig geweest met het regelen van een auto voor onze safari volgende week. Die dachten we al geregeld te hebben, maar toen we zondag gingen kijken bij de land cruiser, bleek 'ie niet te rijden. Donderdag was 't dan eindelijk zover: hij reed! Dus Lara, Santiago en Lara's vader (die samen met haar moeder afgelopen maandag zijn aangekomen) hebben even een proefritje gemaakt. Nou, goed, hij reed, dus. Maar de remmen, de deuren, de toeter, het stuur en de motorkap, die deden het niet. 'Minor problems', volgens dr. Kija, de eigenaar. Toch wel wat 'major problems' volgens ons, dus die auto werd 'm niet. Gelukkig wist de mechanic van de garage nog een soortgelijke auto, dus die hebben we kunnen regelen, voor net iets meer per dag, maar wel één waarvan we weten dat 'ie rijdt.

Nu alleen nog pakken, en officieel afscheid nemen van Ifakara, en van alle lieve mensen die we hier hebben leren kennen. En dan: vakantie, here I come!

* Mits mijn beoordelingsformulier wordt goedgekeurd en er verder geen onverwachte problemen opduiken.

Ons hotel in Morogoro

Ik leg uit hoe de voorzetkamer (gedoneerd door papa en mama) werkt

'The holy cross' heeft deze week alle afdelingen gezegend

Mijn F-75 en F-100 poster en onze flowchart geprint en gelamineerd! De recepten voor F-75 en F-100 zijn meteen in 'n map gestopt van de HIV-kliniek :-)

En wij met Birgit bij de flowcharts, die nu ophangen in de labor ward en de neonatal ward!

Team Africa!

Bij de lunch kregen we van Lara's ouders slingers om ons 'dokter-zijn' te vieren :-) Super lief!! En YES, we zijn nu, na zes jaar studeren, arts!

donderdag 14 november 2013

Masai en motivatie

Afgelopen zondag zijn we weer eens op stap geweest, dit keer naar een Masai dorp. We zijn per 'bajaj' (spreek uit als badjadjz) daar naartoe gegaan. We hadden er via Santiago twee gehuurd, en hij en Maarten hebben de bajaj's bestuurd. Dit had nogal wat voeten in aarde, want de koppeling in de ene bajaj was heel slecht, en hij viel voortdurend stil als je even geen gas gaf of stilstond. De rem van de andere bleek niet te werken, dus remmen werd via de clutch gedaan.

Voor we Ifakara uit waren, was Maarten als tientallen keren stil gevallen met zijn bajaj (niet zijn schuld, 't was gewoon een k*twerk om dat ding te besturen), dus erg snel ging het in eerste instantie niet. Daarna ging onze tocht verder over de 'grote weg', met langs razende vrachtwagens en bussen. Dit ging voortdurend heuvel op en af, dus dat gaf aanleiding tot een aantal spannende momenten met een stilgevallen bajaj en een naderende truck. Gelukkig konden we na 20 km afslaan.

Of nou ja, gelukkig... Nu gingen we met onze bajaj over paadjes die eigenlijk alleen maar bedoeld zijn voor motors. Die paadjes waren dus érg smal, en erg hobbelig en bobbelig. Gelukkig had Maarten de koppeling al beter door, waardoor we uiteindelijk, na drie uur rijden, aankwamen bij het Masai dorp. Heel fijn zonder kapotte bajaj, want in deze middle-of-nowhere hadden we van je lang zal je leven geen hulp kunnen krijgen. Ik had een omheind dorp verwacht, met alle hutjes dichtbij elkaar, maar niets in minder waar. Alle huisjes staan als losse entiteiten in de savanne, met 20-50 meter afstand tussen het volgende huis. Heel bizar, en ik was naar mijn gevoel dan ook niet echt in 'een dorp'.

We werden ontvangen door alle dorpsoudsten, allemaal mannen uiteraard, in traditionele doeken. En iedereen droeg daar witte waterschoenen onder, hilarisch. Er werd meteen geïnformeerd naar onze leeftijd, waarschijnlijk om onze 'desirability' als echtgenote te bepalen. Alle vrouwen bleken in de kerk te zitten. Dit was een half afgebouwd gebouw, met grote gaten voor ramen en een half dak. Drie mannen lazen daar omstebeurt een stuk uit de bijbel voor, waarna er telkens een aantal Masai vrouwen gingen zingen en dansen. Ik denk dat heel de zondag op die manier werd gevuld. Wij mochten even gaan kijken, waarna we werden voorgesteld door het dorpshoofd. Ik heb me nog nooit zo wit en bekeken gevoeld; 't was heel ongemakkelijk. Gelukkig - alhoewel het erg interessant was - konden we snel weer weg. 

Het eten was namelijk klaar: rijst met geit! Eerst hebben we onze gastheren getrakteerd op watermeloen. Dit bleken ze totaal niet te kennen, dus om alle reacties van die stoere mannen te zien was toch wel grappig. Hun eten was redelijk te doen, alhoewel ik erachter ben gekomen dat geit niet behoord tot m'n favoriete soorten vlees. Ten slotte kregen we een korte

Tijdens de terugreis kwam ik er pas achter dat de bajaj waar ik in zat geen werkende rem had, waardoor ik een langzaam-maar-zeker opbouwende paniekaanval kreeg. Gelukkig stopten we halverwege ergens om wat soda te drinken, en was David dapper genoeg om met mij te willen ruilen. En Maarten had de bajaj genoeg onder controle dat we maar één keer zijn stilgevallen. Thuis aangekomen heb ik ook nog even 50 meter gereden, want tja, als je een bajaj hebt, moet je daar wel optimaal gebruik van maken!

Na deze spannende - of wellicht zelfs levensgevaarlijke - tocht, was het weer tijd voor een weekje ziekenhuis. (En tijd voor spierpijn voor Maarten, in zijn handen. Maar hij was wel de held van de zondag!) Door de onderbezetting hebben David en ik wederom zelfstandig visite gelopen in de diarrhea room en de malnutrition room. Omdat we zo op onszelf zijn aangewezen, gaat mijn Swahili echt met sprongen vooruit. Bijna jammer dat ik hier nog maar één week blijf. Bijna.

Vorige week hadden we bij één van de opgenomen kindjes een bloedtest laten doen om te kijken of zij sikkelcelziekte heeft. Dit bleek helaas zo te zijn, maar het was voor ons wel een bijzonder gevoel dat we met maar een aantal aanwijzingen de diagnose hadden gesteld (en daarna bevestigd met een labonderzoekje). Hopelijk komen de ouders met haar terug op de controle afspraken en slikt ze trouw haar medicatie; dat zou al een hoop schelen voor hoeveel last ze hiervan gaat krijgen...

Iemand die helaas namelijk verdwenen lijkt te zijn, is het meisje van twee weken geleden met de hartafwijking. Haar vader 'moest even naar huis om wat dingen te regelen'. Maar hij is daarna niet meer teruggekomen. Waarschijnlijk zocht hij een elegantere uitweg dan dat hij moest toegeven dat hij de reis naar Dar-es-Salaam en de operatie die zij nodig heeft niet kan betalen. Heel frustrerend, zeker omdat we haar niet zomaar kunnen opsporen. En als we dat wel zouden kunnen doen, dan kun je haar vader alsnog niet dwingen om haar te laten opereren. De wereld is soms enorm oneerlijk.

Een zo mogelijk nog oneerlijker situatie is die van het meisje met HIV die ik in mijn vorige blog kort genoemd heb. Zij was recent gediagnosticeerd met aids (dit had eerder gediagnosticeerd kunnen zijn, als er testen beschikbaar waren - niet dat dat veel had uitgemaakt), en ze bleek nog maar heel weinig afweer te hebben. Hierdoor kreeg zij allemaal infecties, waaronder ook een longontsteking. Woensdagochtend bleek deze longontsteking haar te veel te zijn geworden: ze was overleden. Omdat zij meer dan de helft van mijn verblijf hier was opgenomen, had ik me nogal - iets teveel - aan haar gehecht, dus dit hakte er bij mij aardig in. Ook dr. Anna, van de HIV-kliniek, was erg van slag. Deze moeder had al twee andere kinderen verloren, en ze was zó goed bezig met dit meiske... Gewoon vreselijk voor haar en haar man. Nog erger was het feit dat ze de ziekenhuiskosten niet volledig konden betalen: ze mochten het lichaampje van dit poppeke niet meenemen. Omdat mijn hart niet van steen is heb ik - en David trouwens ook - de laatste €12 betaald. Want het kán gewoon niet dat je je kind niet mag begraven omdat je te weinig geld hebt.

Gelukkig zijn er zat dingen waar ik helemaal van kan opvrolijken, zoals 'mijn' ondervoede meiske dat in één week 800 gram aankwam, opeens blijkt te kunnen lachen en lopen, en eet alsof haar leven ervan afhangt (in haar geval waarschijnlijk waar). Dus die mocht na ruim een maand opname naar huis! Heerlijk! En de meeste kinderen in de diarrhea room komen er met een beetje TLC en vocht snel weer bovenop, waarna ze onze stickers dankbaar in ontvangst nemen en ons trakteren op grote glimlachen. In de diarrhea room is ook een jongetje opgenomen met HIV en ondervoeding, en nu dat het beter met hem gaat, ontpopt hij zich als een sociale vlinder. Hij weet alle andere kindjes uit hun schulp te halen door hen te benaderen, met hen te spelen en zijn knuffel met hen te delen. Opeens zie je kort daarvoor nog zieke kindjes lachend met hem door de gangen rennen, of ze komen als sticker-partners-in-crime om (extra) stickers smeken. En met een beetje aanmoediging van hem zijn ze soms ook opeens niet meer bang voor de 'mzungu-dokters'. Het is echt een geweldig joch; bijna jammer dat hij morgen naar huis mag!

Wat ook een hart onder de riem steekt is de dankbaarheid van alle mama's en bibi's (= oma's). En tegelijkertijd is het heel beschamend. Want ze zijn wel héél dankbaar met onze uitleg en de aandacht die wij hebben voor hun (klein)kindjes. Maar hun dank-je-wels en oprechte blijdschap en hun stralende gezichten als hun kind weer naar huis mag: dat is één van de redenen waardoor ik, ondanks alle ellende die ik hier tegenkom, toch nog steeds gemotiveerd aan een nieuwe dag begin. Want alhoewel er veel kinderen doodgaan (ons 'record' is 6 op één dag...), gaan er ook héél veel weer gezond naar huis.

Dus kom maar op met die laatste week!

In de bajaj, met de andere bajaj in aantocht

Voetballen, met de Masai op de achtergrond

Testritje in de bajaj

De kat van 't guesthouse heeft kittens gekregen!

Er er was deze week een workshop over cryptococcal meningitis. Niet heel relevant voor ons, maar er was wel een héérlijk buffet ;-)

vrijdag 8 november 2013

Africa: the good, the fat and the ugly

Ik heb deze week iets gedaan wat ik al wilde doen sinds ik voet zette op Afrikaanse bodem: een kind op m'n rug dragen.

Omdat drie van de vijf interns er deze week niet zijn (Rashid is klaar, en Emanuel en Praygod zijn naar hun diploma uitreiking) was de kinderafdeling nogal onderbezet. Dit betekende dat David en ik aardig wat verantwoordelijkheid kregen: wij mochten visite lopen bij de 'diarrhea room' en de 'malnutrition room'. Gelukkig met zo nu en dan vertaalhulp van de verpleegkundigen, maar als puntje bij paaltje komt kan ik me nog aardig verstaanbaar maken in het Swahili! Ik kan redelijk wat vragen, en het een en ander uitleggen over de behandeling lukt me ook al aardig. Dat voelt toch wel fijn! Helaas kan ik de mama's en papa's nog niet altijd volgen als ze in waterval-Swahili iets aan me proberen duidelijk te maken, maar je kunt niet alles hebben.

Anyway, zodoende hadden David en ik dus ook wat mee vrijheid van handelen. Dus toen ik tijdens het lichamelijk onderzoeken van een meiske heel leuk contact met haar had (oh my, hoe ze lachte! Ik kon me bijna niet inhouden; als de mama even niet had opgelet had ik haar gekidnapt!), dacht ik 'nu of nooit', en heb aan de mama gevraagd of ik haar op m'n rug mocht dragen. Uiteraard werden we hard uitgelachen door zowel patiënten als staff, maar het mocht! Rug parallel met de grond, kind op je rug, kanga eromheen, alles goed vastknopen, en gaan met die banaan. Het was een beetje onwennig - ik was steeds bang dat 't meisje onder de kanga door zou glippen - maar het was echt super!

Met een blij gevoel - een geslaagde ward-ronde én een kind op je rug in één ochtend! - gingen we dus nog even bij Lizzie kijken, die weer een dagje naar de neonatal ward was gegaan. En meteen wist ik weer waarom ik had besloten niet meer naar deze ward te gaan: Lizzie liet ons een kleine stumper zien van 16 dagen oud, die het vreselijk benauwd had. Longetjes vol met vocht, een lage zuurstofspanning in 't bloed, en  een enorm opgeblazen buik. Gelukkig kwam ik op mijn zoektocht naar een pinguïn - een uitzuig-vacuüm ding in de vorm van deze antarctische beesten - Birgit tegen, die ik mee heb genomen. Waarschijnlijk heeft de maagsonde waardoor dit jochie eten kreeg te hoog gezeten, waardoor alles in z'n longetjes kwam in plaats van in z'n maag. Of mogelijk was er een anatomische afwijking, welke z'n longen met z'n slokdarm verbond. Hoe dan ook, het was al vrij snel duidelijk dat reanimeren in engere zin - hartmassage en beademen - niet veel zou helpen, aangezien we de oorzaak niet konden behandelen met de middelen die hier beschikbaar zijn. Nadat het jongetje had overgegeven en we dat hadden uitgezogen, hebben we een nieuwe maagsonde geplaatst om zoveel mogelijk lucht uit z'n maag te krijgen om het ademen makkelijker te maken. Helaas bleef de saturatie dalen, net als z'n hartslag. Na een half uur verwoede pogingen om dit poppeke te redden, stopte hij met ademen. De oma werd erbij gehaald, en we hebben haar de situatie uitgelegd. Gelukkig wilde zij het kindje vasthouden, en heeft hij dus zijn laatste momenten mogen beleven in de armen van iemand die heel veel van hem houdt.

Deze weken hebben me mogelijk wat cynischer gemaakt, maar dit soort situaties worden niet makkelijker. Een kindje dood zien gaan is toch echt wel één van de naarste dingen ooit, en dat meemaken went nooit, denk ik. Gelukkig waren David en Lizzie erbij, en hebben we elkaar kunnen troosten. Maar goed, het positieve gevoel van de ochtend was plotsklaps wel verdwenen.

Gelukkig hadden we de reanimatiecursus om ons 's middags weer op te vrolijken: we hebben vier nieuwe nurses ons stroomdiagram uit kunnen leggen en met hen kunnen oefenen! Hopelijk bereiken we in onze laatste twee weken in 't St. Francis nog de andere verpleegkundigen, want van de Labor Ward missen er nog een aantal. Gaat vast lukken!

En ná de reanimatiecursus ben ik mijn custom-made deken gaan ophalen! Hij is echt héél mooi geworden. Dus die gaat thuis op m'n bank prijken. Al met al dus een dag met - ondanks het overleden kindje - overwegend positieve dingen. Karma restored? Ik hoop 't.

De dag na deze up-and-down-dag - woensdag - heb ik een dagje meegelopen met dr. Anna, de kinderarts die werkzaam is in de HIV-kliniek. 's Ochtends hebben we visite gedaan op de kinderafdeling, om daar alle kindjes die zij heeft opgenomen te zien en te behandelen. Dit zijn vaak ernstig zieke kindjes, met nauwelijks nog afweer(cellen) over. Er moet dus qua behandeling erg veel gepuzzeld worden, en daarnaast moet je vooral heel veel hopen dat de behandeling aanslaat en de patiëntjes het gaan redden. Zo ligt er een ernstig ondervoed jongetje, met slechte afweer en een hersenvliesontsteking veroorzaakt door een schimmel. Hij is echter helder genoeg om mij om stickers te vragen! Of het kleine meiske dat ik bij de vorige opname al wilde testen, maar wat toen niet kon omdat de HIV-testen op waren: nu heeft ze nog maar 1% van haar afweercellen over, en heeft ze infectie na infectie. Gelukkig heeft ze een héél betrokken moeder, en lijkt het bovendien alweer iets beter te gaan.

Na de visite gingen we terug naar de polikliniek, waar Anna spreekuur had: hierop komen vooral veel 'exposed baby's', oftewel kinderen met HIV-positieve moeders, die zelf (nog) niet besmet zijn. Geweldige knuffel-baby's, dus. Ook zijn er HIV-positieve kinderen die goed behandeld worden en daardoor dus een prima afweer en weinig klachten hebben. Heel fijn om al die fijne verhalen te horen en te zien! Niet alles dat HIV-gerelateerd is, is kommer en kwel. Gelukkig. En al met al had ik dus een erg leerzame dag!

De rest van de week kabbelde een beetje voort, met 'onze eigen' ward-rondes en niet al te zieke kindjes. En met een gesprek dat ik, vanwege z'n bizariteit, graag met jullie wil delen. Jullie kennen Nestory denk ik nog wel? Die kwam even kijken hoe het met Lizzie was - die was donderdag ziek - waarna hij nog even een praatje met ons aanknoopte.

'Ik heb gehoord dat het een zonde is om in Europa dik te zijn?' vroeg hij aan mij. 'Uhm, misschien...' antwoordde ik, niet goed wetend waar hij heen wilde. 'Nou, want dan heb jij gezondigd,' ging hij doodleuk verder.

'... Pardon?' wist ik uit te brengen. 'Ja, je bent dik geworden!' zei Nestory met een grote lach op z'n gezicht. Ik zei dat ik dacht dat dat niet waar was, dat áls er iets met m'n gewicht was gebeurd dit de andere kant op zou zijn, maar meneer hield voet bij stuk: 'Toen je hier kwam was je zo (hij houdt z'n handen dicht bij elkaar), en nu ben je zo (handen worden twintig centimeter verplaatst naar buiten). Dus tja, je bent dik geworden!'

Ik probeerde nog te vragen of hij me niet met Lizzie heeft verward, aangezien zij tengerder is dan ik ben, maar Nestory zei van niet. Uiteindelijk ben ik maar weggelopen, te stomverbaasd om verder te praten met hem. Gelukkig kwam David to the rescue: 'Weet je, Nestory, in Europa is het een nóg grotere zonde om iemand dik te noemen.'

Maar goed, Nestory was niet van gedachten te veranderen. Anders oordelen jullie zelf even aan de hand van deze foto's?

Fijn weekend iedereen!

Zonsverduistering! Je ziet de zon in 't klein gereflecteerd (dat maantje in het midden van de foto)

Prachtige zonsondergang

Ik word geholpen door de mama met het ombinden van het-kind-in-kanga
(Foto gemaakt met haar toestemming)

Yay!

Mijn deken op het weeftouw en mijn dolblije gezicht :-)

zaterdag 2 november 2013

Handen uit de mouwen!

Deze week stond in het teken van 'Afrika ontdekken op een nieuwe manier'. We hebben een aantal weken geleden Johannes en Jeremia leren kennen, twee Duits/Oostenrijkse knullen die veel landbouw projecten hier uitvoeren, naast de watervoorziening voor het ziekenhuis regelen. Zij gaan dus veel op pad naar dorpjes, om daar kleinere en grotere projecten op te starten. Vaak gaan ze projecten aan met vrouwen, omdat het geld anders in de zakken van de mannen verdwijnen. Ook werken ze veel met HIV-positieve mensen. Goed werk, dus.

Afgelopen zaterdag hebben Maarten, Lizzie en ik ons bij hen gevoegd voor een fietstocht naar een dorpje buiten Ifakara. In dat dorpje woont Moses, de Tanzaniaan die alle projecten van Johannes overziet, en we gingen zijn pasgebouwde huis bekijken. Dan zie je plots een heel andere kant van Afrika. Lemen hutjes, rulle zandwegen, kleine slingerpaadjes en overal shamba's, oftewel landbouwveldjes. Het was een flinke fietstocht van ongeveer twee uur, in de volle zon, maar wat een vergezichten: in de verte waren de bergen van Udzungwa Park te zien, en het Afrikaanse platteland is ook prachtig. Het huis van Moses was spik-en-span, van baksteen, met een zonnepaneel! We kregen van Moses' zus - een meid van 22 met al 3 kinderen... - gefrituurde banaan en een hele kip om op te peuzelen. De weg die naast het huis ligt werd nog gemaakt, dus wij moesten door de greppels, omdat de weg zelf rul zand en hopen kleiachtige grond was. Niet 'n plek waar je als doorsnee toerist komt! Op de terugweg - een nog warmere tocht, want ze zon stond hoger - zijn we nog langs een school voor mentaal gehandicapten gereden. Tientallen kinderen, met voornamelijk syndroom van Down, kwamen ons begroeten en knuffelen zodra ze ons zagen. Ik haalde m'n camera tevoorschijn, en bedacht me meteen dat ik een grote fout had gemaakt: ik stond in 'n grote drom kinderen, die allemaal héél graag een foto van zichzelf wilden hebben. Ik zat gevangen! Gelukkig ging de nieuwigheid van de camera er snel af, en hebben we ook nog even gezellig met ze kunnen dansen. Wat een 'humbling experience'; niet alleen de school, maar ook om te zien hoe de doorsnee-Tanzaniaan leeft. Het plaatst een heleboel situaties in het ziekenhuis in perspectief.

Dinsdag werden we weer op sleeptouw meegenomen door Johannes en Jeremia, dit keer naar Nazarethi, het lepradorp dat vlak achter ons guesthouse bleek te liggen. Hier verblijven veel mensen met lepra, maar met name tijdelijk: na hun behandeling - gesponsord door Novartis - kunnen ze weer terug naar hun eigen dorp. Er lopen echter ook heel wat wazee - ouderen/bejaarden - rond die besmet zijn vóór er een goede behandeling beschikbaar was, en die daardoor rondlopen met geamputeerde handen en voeten. Erg indrukwekkend om te zien! Ook indrukwekkend is hoe goed Nazarethi is georganiseerd: er zijn prachtige slaapzalen, gehandicaptentoiletten en -douches en een grote binnenplaats met gigantische mangobomen voor de schaduw. Ze hebben hun eigen watervoorziening en groeien hun eigen groenten, en maken daarnaast onder andere rieten manden om te verkopen op de markt. Ook bouwen ze huizen om te verhuren aan verpleegkundigen en artsen. Hierdoor zijn ze nog niet helemaal onafhankelijk van ontwikkelingshulp, maar 't komt in de buurt! Dit heeft het dorp allemaal te danken aan Maria Paula, een op dit moment gepensioneerde, maar naar horen zeggen zeer bijzondere Zwitserse non. Op de grond van het lepradorp bevindt zich eveneens een weverij waar de moeders van gehandicapte kinderen werken. Die wil ik uiteraard steunen, dus ik heb daar het één en ander gekocht: placemats, een theedoek en er wordt als het goed is op dit moment een deken voor me gemaakt.

Johannes en Jeremia starten een nieuw project op: konijnenfokken. Want konijnen zijn relatief makkelijk te verzorgen, en planten zich snel voort, dus dat is een prima bron van inkomst. Om konijnen te kunnen houden zijn er konijnenhokken nodig, welke vrijdag gemaakt zijn en waar we bij hebben geholpen. Of nou ja, ik heb gaas geknipt voor op de deuren, en heb verder vooral in verbazing zitten kijken hoe twintig volwassen mannen een hele dag bezig zijn met drie hokken maken. Na dit 'harde' werk hebben we onszelf getrakteerd op varkensvlees en een filmavond, waarbij we de film hebben geprojecteerd op de muur van het guesthouse met een illegaal geleende beamer (om precies te zijn, legaal geleend, zonder te vertellen hoe lang we 'm wilden gebruiken).

Verder heb ik natuurlijk ook niet stil gezeten in het ziekenhuis! Hier een aantal highlights:

1. We hebben, met relatief succes, vlindernaaldjes geïntroduceerd bij het bloedprikken, in plaats van de naald en spuit die altijd gebruikt wordt hier. De verpleging en de interns snapten ook meteen waarom het handig was om de vlindernaaldjes te gebruiken: minder pijn voor het kind, makkelijk gebruik van het vacuümsysteem van de bloedbuisjes en minder kans op vervuiling van het bloedmonster. Een klein succesje!

2. Van kinder- naar volwassengeneeskunde: een mama was gecollabeerd in de ward. Ze bleek een epileptische aanval te hebben. Even wat anders dan kleine kindjes. Never a dull day in Africa!

3. Ik had deze week de deprimerende taak om de 'audit' uit te voeren: alle kindjes die deze week zijn overleden bespreken en bekijken wat er eventueel verbeterd had kunnen worden aan de zorg. Een middag casussen doornemen dus - vijf in totaal, veel te veel - als voorbereiding, om ze de ochtend daarna te presenteren. En helaas kon er best veel veranderd worden, zowel binnen de kindergeneeskunde zelf, als wat betreft communicatie binnen afdelingen. Ik voelde me een beetje als de Grote Boze Mzungu, die komt vertellen wat er allemaal wel niet mis gaat in Afrika: 'en dit gaat verkeerd, en dat gaat verkeerd, en zus kan worden verbeterd en zo moet anders...' Gelukkig lijkt het erop dat het door de rest niet zo werd opgevat, en het hielp dat Birgit aanwezig was. En dr. sr. Philipina staat erg open voor suggesties, en volgens mij gaat ze ook echt wat proberen te veranderen!

4. Een interessante casus van een 2-jarig meisje, die vocht vasthield. Ik dacht in eerste instantie aan nefrotisch syndroom - een nieraandoening - tot we haar vingers en tenen zagen: horlogeglasnagels, een teken van zuurstoftekort. Een stethoscoop op haar borst bracht een ruisje aan het licht, waardoor een aangeboren hartafwijking met harthalen hoog in de differentiaal diagnose - een lijst met mogelijke diagnoses - kwam te staan. Na wat gezoek op het internet leek mij de tetralogie van Fallot de 'beste' optie. Dit werd bevestigd door middel van een echo, alhoewel het erop lijkt dat er nog meer aan de hand is (met verschillende saturaties aan beide armen kan ze ook nog best wel een 'patent ductus arteriosus' hebben). Genoeg reden in ieder geval om haar naar Dar-es-Salaam te sturen, voor verder onderzoek en een operatie daar.

5. Een andere gegadigde voor een bezoekje aan de Tanzaniaanse hoofdstad - en een, vind ik zelf, uitmuntend staaltje klinisch redeneren van yours truly :-P - is het jochie dat we vrijdagochtend zagen. Met één blik en twee zinnen info (Hij kon eerst zitten en staan en sinds een maand gaat z'n ontwikkeling achteruit. Hij is 1 jaar en 4 maanden.) had ik de diagnose klaar: een waterhoofd, met sinds kort dichtgegroeide schedelnaden, waardoor er een verhoogde hersendruk is, wat de achteruitgang in ontwikkeling verklaart en z'n verminderde bewustzijn. Helaas kunnen we hier geen verdere diagnostiek doen (zolang de schedelnaden open zijn kun je een echo laten maken, nu kun je alleen de diagnose bevestigen middels CT of MRI), dus ik zal er wel niet achter komen of ik inderdaad gelijk heb, maar we hebben tijdens ons lichamelijk onderzoek geen reden gevonden om aan de diagnose te twijfelen. Dus ook dit ventje gaat binnenkort met de bus naar Dar. Als de ouders zich dat kunnen veroorloven.

Verder hebben we nog een reanimatiecursus gegeven met een opkomst van één, dus volgende week weer een poging. Ook hebben we stickers en high-fives uitgedeeld aan de kindjes in de surgical ward, omdat we elke dag met 'good morning, good morning!' worden begroet door hen.

En nu is het, na een goede en drukke week, tijd voor een lekker ontspannend weekendje! En tijd voor foto's!

Het dorpje van onze fietstocht

Het lepradorp

Konijnenhokken maken!

Chillen in onze hangmat

Röntgenfoto van het meisje met de hartafwijking. Normaal hoort een hart - dat witte ding in het midden - niet groter te zijn dan de helft van de diameter van de borstkas. Dit is niet goed dus.

Het meiske onderzoeken

vrijdag 25 oktober 2013

Energie

Deze week had ik een 'algemene baal-week': ik vond dat ik al lang genoeg was weggeweest van huis, en ik had al genoeg nare dingen meegemaakt om jaren op te herkauwen. En dat terwijl de mensen hier dag in dag uit met narigheid te maken hebben, zonder dat ze weer terug kunnen naar hun 'echte' (geborgen) leven, want dit is hun echte leven. Ik heb dus niet echt het recht om te balen, maar goed, dat soort dingen kun je over het algemeen niet helemaal zelf bepalen.

Gelukkig gebeurde er deze week genoeg goeds om me uit m'n baal-gevoel te kunnen halen en me energie te geven. Donderdagochtend werd ik gebeld door Lara: er lag een vrouw op de Labor Ward met een uitgezakte navelstreng, wat een reden is voor een spoed-keizersnede. Het hartje van het kindje klopte tussen de 60 en 80 keer per minuut, terwijl dit normaal gesproken rond de 140 moet zijn. Duidelijk een teken dat het kindje deze uitgezakte navelstreng niet heel erg kon waarderen. Moeder werd op haar knieën de operatiekamer binnengereden, om de druk van de navelstreng af te halen. Na een mislukte ruggenprik werd ze onder algehele narcose gebracht, en kon de operatie snel beginnen. Gelukkig was de hartslag van het kindje weer gestegen tot 120/min, maar alsnog was ik vreselijk nerveus. Het kindje bleek dwars te liggen (met al één handje door de baarmoederhals), waardoor het een eeuwigheid leek te duren voor hij geboren was. Ik werd met de minuut zenuwachtig, en ik was dan ook heel blij toen 'ie eenmaal geboren was.

Hij deed 't niet meteen helemaal goed, deels door de lange geboorte en de uitgezakte navelstreng, deels door de medicatie die hij via de moeder had binnen gekregen. Nadat ik wat stimulatie en beademing had gegeven deed 'ie het echter fantastisch, en na 10 minuten huilde hij z'n longen uit z'n lijfje. En een fantastische moeder van de Neonatal Unit heeft wat melk gedoneerd om aan hem te geven (mama lag nog voor Pampus), om te voorkomen dat hij een te laag suikergehalte zou krijgen (reanimeren kost 'n kindje veel energie, vandaar). We hebben de melk via 'cup-feeding' aan hem gegeven. Wat was dat leuk om te doen! Hij huilde blijkbaar vanwege de honger, want nadat 'ie de melk had opgedronken viel 'ie in een diepe slaap en konden wij hem met een gerust had achterlaten. Alhoewel ik hem stiekem wel mee naar huis wilde nemen, zo schattig is 'ie! (Mama maakt 't overigens ook goed. Lara assisteerde bij de keizersnede, dus we waren echt een 'levensreddend team'!)

En verder hadden we natuurlijk onze reanimatiecursus! Maandag hadden we de eerste cursus, voor de interns. Alhoewel niet iedereen de technieken en het stroomdiagram goed beheersten aan het einde van de middag, was het echt heel geslaagd. Het is namelijk ten eerste niet de bedoeling dat iedereen alles meteen snapt; ze moeten ermee aan de slag gaan, alles nog een keer herhalen, en gewoon vaak oefenen. Overigens snapte het merendeel van de groep alles wél, en kregen ze ook de technieken al heel goed in de vingers. En daarnaast was iedereen super enthousiast en leergierig, en stonden ze open voor ons en onze boodschap. Dat is - uiteraard - heel motiverend. Iedereen feliciteerde ons aan het einde met 'de succesvolle presentatie', en we worden nu nog steeds door de interns enthousiast begroet als we ze tegenkomen in de ziekenhuisgangen.

We hadden aan dr. Rashid, één van de interns, gevraagd om het stroomdiagram te vertalen in Swahili, wat hij met veel plezier - en super goed - voor ons heeft gedaan. Hierdoor waren we woensdag en donderdag extra voorbereid voor de cursussen voor de verpleegkundigen van de Labor Ward en Neonatal Unit. Niet alle verpleegkundigen zijn even goed in Engels (beter gezegd, de meerderheid beheerst maar een paar woorden van die taal), dus ons Swahili stroomdiagram kwam goed van pas, net zoals een aardige intern die voor ons wilde vertalen. Daarnaast waren er twee verpleegkundigen die net bezig waren met het afronden van een intensieve 'emergency obstetric care' cursus. Zij hadden dus al veel (nieuwe) kennis opgedaan, en stonden érg open voor ons; wij hebben het stroomdiagram van die cursus gebruikt en iets aangepast, en ook die aanpassing namen ze goed over. En omdat zij alle reanimatie-technieken al beheersten, konden zij niet alleen helpen met vertalen, maar hielpen ze ons ook met het aanleren van de technieken aan de andere verpleegkundigen. We hebben veel geluk met de timing van onze cursus!

Het was - en is - verbazingwekkend hoe enthousiast en met name hoe dankbaar de verpleegkundigen waren over en met de cursus. Ze letten echt op, stelden geïnteresseerde vragen, en oefenden met volle overgave op de reanimatie-poppen. De logica van het stroomdiagram werd wat minder goed en snel begrepen door hen dan door de interns, maar ze snapten de boodschap, en dachten echt na over wat ze moesten doen. Ook de technieken hadden ze richting het einde van de middag goed door. Woensdag en donderdag waren dus ook zeer geslaagd.

Birgit, de Duitse kinderarts, zit hier al bijna een half jaar, en wist daardoor hoe dol de verpleegkundigen zijn op certificaten. Om hen dus blij te maken - en andere verpleegkundigen te motiveren voor onze cursus - had ze certificaten uitgeprint. En op mij hadden die certificaten ook een goed effect: het was nu nog officiëler een 'echte cursus'! Aan het einde van de cursus deelden we de certificaten uit, en werden we wederom uitgebreid bedankt. Het was bijna beschamend, zo blij waren ze: ze maakten zelfs kleine knie-buiginkjes voor ons! Da's toch niet normaal?! Ze schijnen niet zo vaak (bij)geschoold te worden... Het maakte alles voor ons in ieder geval toch nog weer even wat bijzonderder. Terwijl het sowieso al een hele bijzondere en lonende ervaring was.

Omdat we nog niet alle verpleegkundigen van met name de Labor Ward hebben kunnen bereiken, geven we volgende week maandag nog 'n cursus, en als het nodig is daarna nog een (paar). Daarnaast gaan we in de weken dat we hier nog zijn regelmatig langs de Labor Ward met de NeoNatalie (de reanimatie-pop) om de technieken op te frissen met de verpleging die dan aanwezig is. Verder gaan we zowel de Engelse als de Swahili versie van het stroomdiagram groot uitprinten en lamineren, om in de Labor Ward en Neonatal Unit op te hangen. Op die manier blijft 't stroomdiagram bestaan (en wordt het hopelijk toegepast), ook na ons vertrek.

Ja, dit was 'n goede en succesvolle week! Ik heb weer heel wat energie opgedaan. Nu hopen dat de informatie beklijft en toegepast gaat worden. Maar voor nu hebben we al veel bereikt. En is 't bovendien weekend.

Ons stroomdiagram! Zowel in 't Engels als in 't Swahili :-)

Het team: David en ik met Birgit

Met twee van de 'cursisten'

In actie

En nog meer oefenen! Kijk ze 'ns enthousiast zijn :-)

dinsdag 22 oktober 2013

Safari njema

Onze trip dit weekend naar Mikumi National Park begon vrijdag, toen we samen met onze gids Santiago de inkopen gingen doen. Op de fiets, slingerend door plekken in Ifakara waar we nog niet geweest waren, gingen we naar de markt om alles in te slaan. Water, brood, groenten, chips, soda, Snickers, beleg... Onze tassen zaten vol!

Gelukkig paste alles in Santiago's auto, waar hij ons om half 5 's ochtends in kwam ophalen. Het was dezelfde auto waarmee we naar Udzungwa waren gereden, maar gelukkig had 'ie in de tussentijd een onderhoudsbeurt gehad, en piepte en kraakte de auto een stuk minder. Genietend van de langzaam lichter wordende omgeving en de prachtige zonsopkomst zijn we naar Mikumi gereden, waar we om half 9 aankwamen. Daar zijn we doorgereden naar Campsite number 2 - op weg daarheen zijn we al talloze keren gestopt om foto's te maken van alle dieren die we al tegenkwamen - waar we onze tenten hebben opgezet en hebben ontbeten. De campsite had in het midden een gigantische baobab boom, waar je in kon klimmen via een trap. Dit maakte de campsite niet alleen heel mooi, maar de boom maakte alles ook veiliger: mochten we worden aangevallen door olifanten of buffalo's, dan konden we daarin klimmen. Dit was gelukkig - en uiteraard - niet nodig.

Nadat de tenten stonden en onze buiken gevuld waren, gingen we op 'echte' safari. We hebben de hele dag rondgereden in onze minivan (we zijn te cool voor een jeep). Santiago wist telkens precies waar we moesten zijn. Zo zijn we naar een kleine vijver gereden, waar drie nijlpaarden waren, waarna we naar de hippo-pool zijn gereden, dwars door een landschap waar op dat moment precies alle beesten liepen op weg naar water. We hebben drie grote groepen olifanten 'on the move' gezien, waarvan één groep met ongeveer 20 olifanten vlak voor onze neus de weg overstak. Santiago wist precies hoe dichtbij we konden komen om een 'pas op, niet verder'-houding uit te lokken zonder dat we daadwerkelijk werden aangevallen. Er was één 'papa-olifant', die ons heel goed in de gaten hield, en overal liepen kleine baby-olifantjes. Ik had de hele tijd 'zet je beste beentje voor, zing het laag en luid in koor, stappen wij voorbij, ga dan gauw opzij (...) als een echte militair!' in m'n hoofd. Naast - heel cliché, maar waar - 'The circle of life'.

Overal liepen ook giraffes, die heel nieuwsgierig elke keer naar ons stonden te staren als we langs reden, en keihard kunnen rennen in slow motion. Verder waren er honderden antilopen, en liepen er groepjes zebra's rond, met strepen die wel geschilderd lijken, zo mooi en perfect dat ze zijn. In de verte konden we vaak wel een groep buffalo's of wildebeesten/gnoes spotten ('Er is een stormloop, in de vallei... En Simba is beneden!'). Ook liepen er regelmatig Pumba's over de savanne, die snel wegrenden met hun staartje parmantig in de lucht. Er waren zelfs een aantal baby-pumba's!

Het hoogtepunt van de safari was voor mij het moment waarop we leeuwen zagen: we waren aan het begin van de safari al langs een boom gereden waar we heel ver weg in het gras een oor en een zwiepende staart konden zien, maar om nou te zeggen dat dat indrukwekkend was... Niet bepaald. Op weg naar de hippo-pool reden we echter weer langs dezelfde boom, en aangezien wij de enigen waren is Santiago illegaal van het pad afgereden om 5 meter naast de leeuwen te stoppen. Hierdoor konden wij prachtige foto's maken en genieten van deze majestueuze beesten. Er lag één mannetje, met zijn drie vrouwen. Het was echt het typische Afrikaanse plaatje: leeuw onder boom in de savanne, met typisch Afrikaanse bomen op de achtergrond. Wat een ervaring en wat heb ik toch een geluk om dit mee te maken! Het is gewoon niet in woorden uit te drukken hoe ongelooflijk awesome, vet, tof, cool, fantastisch, geweldig dit was!

Na dit machtig mooie moment zijn we doorgereden naar de hippo-pool, waar ongeveer 15 nijlpaarden lagen te chillen en te scheten in het water. Aan de kant van de vijver lagen nog een aantal krokodillen, en er was een grote groep bavianen die - zeer voorzichtig, uit angst voor die krokodillen - wat kwam drinken. Het perfecte moment om te lunchen!

Na deze idyllische, maar late, lunch zijn we afgepeigerd teruggegaan naar onze campsite, waar we hebben uitgerust en eten hebben gemaakt. Terwijl ik bezig was met de guacamole, liep er opeens een groep olifanten vlak langs de campsite; één olifant heeft zelfs een slokje water uit de wc genomen! Dan word je wel met de neus op de feiten gedrukt dat wij hier de gasten zijn. Ze bleven echter op een eerbiedige afstand van ons, en waren absoluut niet bedreigend. Na een prachtige zonsondergang hebben we onze aardappels-met-groenten-in-aluminium-folie-maaltijden (Lara's geweldige idee) in de kampvuren gelegd, waarna we ze met veel smaak en een glaasje wijn hebben opgegeten. Daarna hebben we nog even rond een kampvuur gezeten en gepraat, en zijn we redelijk op tijd onze tenten en lakenzakken ingekropen.

Alhoewel het een super geweldige ervaring was om in een tentje in een wildpark te slapen, heb ik toch niet een geweldig goede nacht gehad. Ik werd van elk geluidje wakker, omdat ik dacht dat het een leeuw was. Verder was het koud, en lag Santiago 'de Buffalo' te snurken (David dacht dat Santiago's gesnurk een buffalo was, en liet Maarten bijna niet naar de wc gaan 's nachts). Maar goed, ik kan wel tegen een korte nacht. Rond zonsopgang werden we wakker gemaakt door Santiago, die ons wees op de leeuwen die met elkaar aan het praten waren - ver genoeg bij ons vandaan om ervan te kunnen genieten...!

Voor het ontbijt zijn we nog langs de 'leeuwenboom' gereden - de leeuwen waren de hort op - en zijn we op zoek gegaan naar luipaarden. We hebben er helaas geen gezien, maar we zijn wel naar de andere kant van het park gegaan. Dit was een totaal andere omgeving: heuvelachtiger en droger. We hebben prachtige bomen-met-herfstkleuren, pumba's en giraffes gezien. Na het ontbijt hebben Lara en Maarten nog wat rondgereden (ik heb overigens ook even een rondje gereden!). Ondertussen deed Santiago alsof hij een toerist was ('Look, a zebra, I want to take a picture! Waaauuuw, a tree! I want to take a picture!'). Opeens zagen we allemaal dieren - buffalo's, giraffes, zebra's en antilopen - wegrennen van iets. Het leek wel alsof er een bom was ontploft, zo hard stoven al die beesten in paniek weg. De giraffes waren het meest elegant, met hun 'slow motion'-spurt. We hebben nog ons best gedaan om de leeuw - die dit waarschijnlijk had veroorzaakt - te vinden, maar dat is (helaas) niet gelukt. Maar die rennende beesten alleen al waren prachtig om te zien: Afrika in actie!

Na nog een aantal uren safari - zonder veel 'noemenswaardige' gebeurtenissen (alhoewel elke giraffe en zebra en olifant me weer blij maakten, en het geweldig was om met m'n hoofd uit het dak rond te rijden) - hebben we wederom geluncht bij de hippo-pool. Hierna hebben we onze tentjes ingepakt en zijn we naar huis gereden. Veel heb ik niet meegekregen van de terugreis: de helft van de tijd heb ik liggen slapen! Safari is fantastisch, maar energievretend.

Ik ben dan ook, na een heerlijke douche en maaltijd, vroeg gaan slapen. Want ik had wel weer wat energie nodig voor 'n nieuwe week in het ziekenhuis. Het is namelijk Reanimatie Presentatie Week! Maar daar later meer over, nu ga ik jullie jaloers maken met safari-foto's!

De campsite

Op safari!

Bij de vijver met drie nijlpaarden - zie je ze?

Olifanten!

Zebra's en gnoes!

Giraffes!

Nijlpaarden!

En leeuwen!!!! 
Bovenste foto is oningezoomd, tweede (uiteraard) wel

Olifanten bij onze tenten (Maarten komt overigens aangereden met Santiago die uit het dak steekt)

The campsite by night
(Spot de olifanten in de bovenste plaatje!)

Moe maar blij na een nacht in 'n wildpark te hebben overleefd! Met uitzicht over Mikumi :-)

(De beste foto's heb ik uiteraard met m'n 'echte' camera gemaakt, maar die zijn voor als ik terug ben!)

vrijdag 18 oktober 2013

Reanimeren

Deze week hadden David en ik besloten om weer lekker naar de algemene kinderafdeling te gaan. De Neonatal Ward begon z'n (emotionele) tol te eisen. Deze week was tevens een 'vakantieweek': op maandag werd er herdacht dat er een belangrijk persoon was overleden (ofzo, ik snapte het niet helemaal), en woensdag werd het islamitische offerfeest gevierd. Hierdoor werd de dinsdag ook als een vrije dag gezien. Dit betekende dat alles wat meer polepole (= langzaam) werd gedaan, maar ik was elke vrije dag weer positief verrast dat alle interns uiteindelijk kwamen opdraven.

Ik ben deze week een aantal keer een kleine discussie met een paar interns aangegaan. Want waarom kan dit kind niet naar huis? Antibiotica mee, en hopsakee! Beter voor hun financiële situatie, en waarschijnlijk beter voor het kind. En waarom wordt het gewicht soms niet goed bijgehouden bij ondervoede kindjes? Hoezo krijgen ze niet altijd de juiste medicatie? Ze geven hier ook vaak de moeder de schuld over het feit dat ondervoede kinderen niet goed aankomen, maar dit komt omdat het ziekenhuis geen F-75 (= speciale voeding voor ondervoede kinderen) heeft, en de ouders daarom zelf een imitatie-voeding moeten maken. Er wordt hen echter niet uitgelegd waaróm en op welke manier dit moet gebeuren. Dit is een taak van de verpleegkundigen, maar ik vraag me ten zeerste af of zij weten hoe F-75 gemaakt moet worden... Ik heb dr. Emmanuel er in ieder geval van kunnen overtuigen dat hij tegen de ouders moet zeggen dat zij aan de verpleging vragen hoe ze de juiste voeding moeten maken. Hij staat erg open voor al mijn vragen en suggesties, net als de andere interns. Nu misschien de verpleging nog een lesje 'hoe maak ik F-75?' geven. En zorgen dat de artsen elke dag het gewicht bepalen én dat er dan wordt uitgerekend hoeveel voeding het kind elke 3 uur moet krijgen. Dit gebeurt helaas nog niet altijd.

Maandag heb ik een kindje opgenomen op de Neonatal Ward (jaja, zeg maar niks, op dag 1 al m'n voornemen daar niet te komen verbroken), met een gigantische huidinfectie. Zo ongelooflijk zielig. Ze had zichzelf helemaal hees gehuild, maar ik snap helemaal waarom: haar hele rug was vuurrood, en op haar kin, kaak en in haar liezen zaten talloze puistjes en cystes. We zijn begonnen met antibiotica, en hopelijk komt ze er weer bovenop. Helaas kon haar moeder niet voeden in verband met een borstontsteking, maar Lizzy heeft kunstvoeding gekocht, dus hopelijk krijgt ze nu een beetje voedingsstoffen binnen.

Woensdag had ik samen met dr. Emmanuel een klein 8-maanden-oud ventje gezien. We hebben hem gediagnosticeerd met niet goed behandelde malaria en een erge bloedarmoede. Na overleg hadden we besloten om hem geen antibiotica te geven: hij had geen hoge koorts, was alert, had geen aanwijzingen voor een lokale infectie en hij was niet ernstig ziek/kritiek. Wel waren we begonnen met anti-malaria middelen en kreeg hij een bloedtransfusie. Donderdag zaten we in de overdracht, toen de ouders hem op de 'onderzoeksbar' legden. Dood. Van een zwak, maar alert en absoluut niet doodziek kind (hij speelde met m'n stethoscoop en hield m'n handen vast toen ik hem liet zitten om hem te onderzoeken!), naar een dood kind. Zonder een verhaal daartussenin. Ik voelde me vreselijk schuldig: had ik dit kunnen voorkomen? Er ontstond een levendige discussie (onder andere over het nut van antibiotica starten, waar dr. Emmanuel en ik niet voor hadden gekozen), waardoor ik me alleen nog maar meer schuldig voelde. Na de overdracht ben ik in huilen uitgebarsten. Want alhoewel ik er ook nu nog van overtuigd ben dat ik de goede keuzes heb gemaakt, twijfelde ik toch heel erg aan mezelf. Ik had het even helemaal gehad met dit ziekenhuis, en dode kinderen en Afrika in het algemeen. Gelukkig had ik David, die kon me troosten. En kwamen we Birgit, de Duitse kinderarts, tegen.

Zij heeft me gerust weten te stellen: antibiotica hadden niet geholpen bij dit ventje. Daarnaast hebben we met haar een heleboel geregeld voor onze reanimatie presentatie: we hebben hem doorgesproken, samen met de aangepaste flowchart die David en ik hadden gemaakt. We hebben data vastgelegd met de verpleging én de interns. We hebben de locatie gereserveerd. We gaan het écht doen: volgende week geven David en ik in ieder geval drie presentaties, waarna we naar het skills lab gaan om iedereen te laten oefenen op poppen. We gaan er (hopelijk) voor zorgen dat de opvang van pasgeboren baby's beter gaat verlopen. Dat wij straks niet meer gebeld hoeven te worden door Lara, maar dat de verpleging en de interns het zonder onze hulp kunnen. Dat we straks naar Nederland terugkeren met het idee dat we op afstand nog steeds levens redden door de kennis die we hebben overgedragen.

En dat voelt goed. We gaan niet alleen baby's (en poppen) reanimeren. Ikzelf was ook weer een beetje 'gereanimeerd' door deze vooruitgang. Uiteindelijk is dit hetgeen dat ik moet onthouden, en is dit hetgeen dat - hopelijk - een lang(er) effect heeft op de gezondheidszorg hier.

Zo zijn we alweer halverwege ons coschap hier. Met ups en downs, lachen en tranen. Ik ben blij dat ik dit mag meemaken, en dat ik dit mag meemaken met David en Lara. Dit weekend gaan we er lekker tussenuit: naar Mikumi National Park. Maar dat is voor een volgende blog.

Tutaonana!

P.S.: Donderdag schrijven, vrijdag online zetten betekent dat er natuurlijk altijd nog iets gebeurt in de tussentijd. Vandaag - vrijdag - hebben we nog met succes twee pasgeborenen gereanimeerd/opgevangen, gebruik makende van 'ons' stroomdiagram. De één ligt opgenomen op de Neonatal Ward, want 'ie gaat nog niet heel lekker. Hopelijk gaat 't snel beter met 'm... Met de ander gaat het fantastisch! Dat was sowieso een bijzondere opvang: ik stond erbij om het kind op te vangen tijdens een keizersnede, wat hiervoor nog (bijna) nooit gebeurd is. Dankzij/via Lara worden we nu op de hoogte gebracht van spoedsectio's.
En verder! David had voorgesteld, aan de hand van de overdracht van donderdag (met dat jochie...), om na de ochtenvisite briefjes te geven aan de intern 'on call', met daarop de namen van kritieke patiënten, die sowieso nog moeten worden nagekeken. En vandaag liet dr. Praygod ons trots een briefje zien met daarop de ernstig zieke patiëntjes van de Neonatal Ward! Heerlijk om te merken dat er serieus naar ons geluisterd wordt, en 't is ook een echte overwinning voor David! :-)

We zijn naar een weef-atelier geweest deze week!

En ik was uitgenodigd door een nurse voor de fundraiser van het kerkkoor 'Jesus Life'. Veel dansen en playbacken, weinig zingen...

Nog wat foto's van het ziekenhuis
(Foto's ©David vd L)

De aankondiging voor onze 'neonatal resuscitation course'! Ik ben super trots op ons :-)