We hebben het al voorbarig gevierd in Morogoro, met een bezoek aan een zwembad en pizza, maar nu mag ik het dan echt officieel zeggen: ik hoef nooit meer coassistent te zijn. Ik ben klaar. Ik ben dokter.
Ik ben vandaag voor het laatst een ziekenhuis uitgelopen als coassistent, en dat mocht ik doen in 't St. Francis Referral Hospital. Iedereen die me kent zal het niet verbazen dat dit gepaard ging met één of twee traantjes. Het is sowieso al een emotioneel moment, in my humble opinion, maar we hebben in dit ziekenhuis zoveel meegemaakt en zoveel kunnen betekenen, dat dit het extra bijzonder maakt. Ik heb mij in de afgelopen tien weken enorm gehecht aan Ifakara, het ziekenhuis, en met name de mensen die er werken en de patiënten die onze hulp zoeken. Vooral Birgit heeft veel voor mij (en David) betekend, als emotionele steun, en omdat zij het mogelijk heeft gemaakt dat we ons project, de reanimatiecursus, werkelijkheid hebben kunnen maken. Ik heb enorm veel bewondering voor haar: ze gaat hier in totaal drie jaar verblijven, om het ziekenhuisbeleid te verbeteren, en mij lijkt dat een zware, en ook eenzame, taak. Je moet heel sterk zijn om dat vol te houden, en Birgit is dat.
Noemenswaardig aan de trip naar Morogoro voor onze 'graduation party' samen met Lizzie en Maarten is wellicht, naast het heerlijke zwembad, de pizza in het 'mzungu-restaurant' en het eindelijk kunnen printen in A3 en lamineren van onze flowchart, de terugreis. Santiago moest toevallig hetzelfde weekend in Morogoro zijn, en omdat Santiago iedereen kent en iedereen hem kent, kende hij toevallig iemand die ook naar Ifakara moest en een eigen auto in zijn bezit heeft. Voor €1,50 meer hadden we een privéreis in plaats van opgepropt te zitten in een bus. En voor die meerprijs waren we ook in twee derde van de tijd in Ifakara, want onze privéchauffeur was een gevaar op de weg. Halsbrekende inhaalmanoeuvres, met 100 km/uur over zandwegen razen, al toeterend naar andere weggebruikers die snel opzij sprongen of fietsten, en verkeersdrempels negeren (David, Santiago en ik hebben op een gegeven moment met onze koppen tegen het plafond gezeten) - hij draaide er zijn band niet voor om. En dat terwijl we de helft van de tijd blind waren door de stofwolken van de vrachtwagens waar we achter reden: de weg was weg. Wat waren we blij toen we thuis waren!
Onze laatste week hier is redelijk rustig verlopen. Ondanks wat frustraties met voorzetkamers (die papa en mama gedoneerd hebben!) en diazepam, hebben David en ik ons wederom met name beziggehouden met de diarrhea room. Want die kindjes worden bijna altijd beter en dat is wel fijn na alle ellende die we de afgelopen weken hebben gezien. Ik heb zelfs één dag de visite helemaal in mijn eentje gelopen, omdat David een dagje meeliep met dr. Anna. Dus toen heb ik mijn Swahili extra op de proef kunnen stellen! En de moeders waren die dag héél aangenaam verrast, omdat ik zonder hen te vragen om namen alle dossiers op het juiste bed kon neerleggen: dat gebeurt hier niet vaak! Of helemaal nooit, misschien. Ik werd voor het eerst toegelachen in plaats van uitgelachen. Wel heb ik een kind toen echt de schrik van haar leven gegeven door gewoon mezelf te zijn: een blank meisje. De alomvattende blinde paniek bij haar was zó sneu om te zien. Maar ik kon er weinig aan veranderen, aangezien ik de oorzaak was van deze paniekaanval, en ik moest haar toch wel echt even onderzoeken... Gelukkig kon ik haar naar huis sturen!
Ik had die dag ook een meiske in de diarrhea room dat aardig ziek was: nauwelijks wakker te krijgen, veel te laag bloedsuiker en hoge koorts. Ik heb haar snel behandeld voor de hypoglycemie, en heb daarna de rest van mijn behandelplan besproken met dr. sr. Philipina. Zij had nog een aantal (kleine) toevoegingen, en we hebben haar overgeplaatst naar room 2, de 'intensive care' van de kinderafdeling. Vanochtend leek het iets beter met haar te gaan, gelukkig. En het was ook wel fijn de verantwoordelijkheid over te dragen aan een 'senior doctor', want deze week wilde ik liever niet met ernstig zieke kindjes te maken krijgen: het was m'n laatste week, dus dit moest een goede week worden. En dat is 't geworden. Ik heb met een zeer tevreden, en een ietwat melancholisch, gevoel het ziekenhuis kunnen verlaten, coassistent af.
Ondertussen is met name Lara druk bezig geweest met het regelen van een auto voor onze safari volgende week. Die dachten we al geregeld te hebben, maar toen we zondag gingen kijken bij de land cruiser, bleek 'ie niet te rijden. Donderdag was 't dan eindelijk zover: hij reed! Dus Lara, Santiago en Lara's vader (die samen met haar moeder afgelopen maandag zijn aangekomen) hebben even een proefritje gemaakt. Nou, goed, hij reed, dus. Maar de remmen, de deuren, de toeter, het stuur en de motorkap, die deden het niet. 'Minor problems', volgens dr. Kija, de eigenaar. Toch wel wat 'major problems' volgens ons, dus die auto werd 'm niet. Gelukkig wist de mechanic van de garage nog een soortgelijke auto, dus die hebben we kunnen regelen, voor net iets meer per dag, maar wel één waarvan we weten dat 'ie rijdt.
Nu alleen nog pakken, en officieel afscheid nemen van Ifakara, en van alle lieve mensen die we hier hebben leren kennen. En dan: vakantie, here I come!
* Mits mijn beoordelingsformulier wordt goedgekeurd en er verder geen onverwachte problemen opduiken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten