vrijdag 8 november 2013

Africa: the good, the fat and the ugly

Ik heb deze week iets gedaan wat ik al wilde doen sinds ik voet zette op Afrikaanse bodem: een kind op m'n rug dragen.

Omdat drie van de vijf interns er deze week niet zijn (Rashid is klaar, en Emanuel en Praygod zijn naar hun diploma uitreiking) was de kinderafdeling nogal onderbezet. Dit betekende dat David en ik aardig wat verantwoordelijkheid kregen: wij mochten visite lopen bij de 'diarrhea room' en de 'malnutrition room'. Gelukkig met zo nu en dan vertaalhulp van de verpleegkundigen, maar als puntje bij paaltje komt kan ik me nog aardig verstaanbaar maken in het Swahili! Ik kan redelijk wat vragen, en het een en ander uitleggen over de behandeling lukt me ook al aardig. Dat voelt toch wel fijn! Helaas kan ik de mama's en papa's nog niet altijd volgen als ze in waterval-Swahili iets aan me proberen duidelijk te maken, maar je kunt niet alles hebben.

Anyway, zodoende hadden David en ik dus ook wat mee vrijheid van handelen. Dus toen ik tijdens het lichamelijk onderzoeken van een meiske heel leuk contact met haar had (oh my, hoe ze lachte! Ik kon me bijna niet inhouden; als de mama even niet had opgelet had ik haar gekidnapt!), dacht ik 'nu of nooit', en heb aan de mama gevraagd of ik haar op m'n rug mocht dragen. Uiteraard werden we hard uitgelachen door zowel patiënten als staff, maar het mocht! Rug parallel met de grond, kind op je rug, kanga eromheen, alles goed vastknopen, en gaan met die banaan. Het was een beetje onwennig - ik was steeds bang dat 't meisje onder de kanga door zou glippen - maar het was echt super!

Met een blij gevoel - een geslaagde ward-ronde én een kind op je rug in één ochtend! - gingen we dus nog even bij Lizzie kijken, die weer een dagje naar de neonatal ward was gegaan. En meteen wist ik weer waarom ik had besloten niet meer naar deze ward te gaan: Lizzie liet ons een kleine stumper zien van 16 dagen oud, die het vreselijk benauwd had. Longetjes vol met vocht, een lage zuurstofspanning in 't bloed, en  een enorm opgeblazen buik. Gelukkig kwam ik op mijn zoektocht naar een pinguïn - een uitzuig-vacuüm ding in de vorm van deze antarctische beesten - Birgit tegen, die ik mee heb genomen. Waarschijnlijk heeft de maagsonde waardoor dit jochie eten kreeg te hoog gezeten, waardoor alles in z'n longetjes kwam in plaats van in z'n maag. Of mogelijk was er een anatomische afwijking, welke z'n longen met z'n slokdarm verbond. Hoe dan ook, het was al vrij snel duidelijk dat reanimeren in engere zin - hartmassage en beademen - niet veel zou helpen, aangezien we de oorzaak niet konden behandelen met de middelen die hier beschikbaar zijn. Nadat het jongetje had overgegeven en we dat hadden uitgezogen, hebben we een nieuwe maagsonde geplaatst om zoveel mogelijk lucht uit z'n maag te krijgen om het ademen makkelijker te maken. Helaas bleef de saturatie dalen, net als z'n hartslag. Na een half uur verwoede pogingen om dit poppeke te redden, stopte hij met ademen. De oma werd erbij gehaald, en we hebben haar de situatie uitgelegd. Gelukkig wilde zij het kindje vasthouden, en heeft hij dus zijn laatste momenten mogen beleven in de armen van iemand die heel veel van hem houdt.

Deze weken hebben me mogelijk wat cynischer gemaakt, maar dit soort situaties worden niet makkelijker. Een kindje dood zien gaan is toch echt wel één van de naarste dingen ooit, en dat meemaken went nooit, denk ik. Gelukkig waren David en Lizzie erbij, en hebben we elkaar kunnen troosten. Maar goed, het positieve gevoel van de ochtend was plotsklaps wel verdwenen.

Gelukkig hadden we de reanimatiecursus om ons 's middags weer op te vrolijken: we hebben vier nieuwe nurses ons stroomdiagram uit kunnen leggen en met hen kunnen oefenen! Hopelijk bereiken we in onze laatste twee weken in 't St. Francis nog de andere verpleegkundigen, want van de Labor Ward missen er nog een aantal. Gaat vast lukken!

En ná de reanimatiecursus ben ik mijn custom-made deken gaan ophalen! Hij is echt héél mooi geworden. Dus die gaat thuis op m'n bank prijken. Al met al dus een dag met - ondanks het overleden kindje - overwegend positieve dingen. Karma restored? Ik hoop 't.

De dag na deze up-and-down-dag - woensdag - heb ik een dagje meegelopen met dr. Anna, de kinderarts die werkzaam is in de HIV-kliniek. 's Ochtends hebben we visite gedaan op de kinderafdeling, om daar alle kindjes die zij heeft opgenomen te zien en te behandelen. Dit zijn vaak ernstig zieke kindjes, met nauwelijks nog afweer(cellen) over. Er moet dus qua behandeling erg veel gepuzzeld worden, en daarnaast moet je vooral heel veel hopen dat de behandeling aanslaat en de patiëntjes het gaan redden. Zo ligt er een ernstig ondervoed jongetje, met slechte afweer en een hersenvliesontsteking veroorzaakt door een schimmel. Hij is echter helder genoeg om mij om stickers te vragen! Of het kleine meiske dat ik bij de vorige opname al wilde testen, maar wat toen niet kon omdat de HIV-testen op waren: nu heeft ze nog maar 1% van haar afweercellen over, en heeft ze infectie na infectie. Gelukkig heeft ze een héél betrokken moeder, en lijkt het bovendien alweer iets beter te gaan.

Na de visite gingen we terug naar de polikliniek, waar Anna spreekuur had: hierop komen vooral veel 'exposed baby's', oftewel kinderen met HIV-positieve moeders, die zelf (nog) niet besmet zijn. Geweldige knuffel-baby's, dus. Ook zijn er HIV-positieve kinderen die goed behandeld worden en daardoor dus een prima afweer en weinig klachten hebben. Heel fijn om al die fijne verhalen te horen en te zien! Niet alles dat HIV-gerelateerd is, is kommer en kwel. Gelukkig. En al met al had ik dus een erg leerzame dag!

De rest van de week kabbelde een beetje voort, met 'onze eigen' ward-rondes en niet al te zieke kindjes. En met een gesprek dat ik, vanwege z'n bizariteit, graag met jullie wil delen. Jullie kennen Nestory denk ik nog wel? Die kwam even kijken hoe het met Lizzie was - die was donderdag ziek - waarna hij nog even een praatje met ons aanknoopte.

'Ik heb gehoord dat het een zonde is om in Europa dik te zijn?' vroeg hij aan mij. 'Uhm, misschien...' antwoordde ik, niet goed wetend waar hij heen wilde. 'Nou, want dan heb jij gezondigd,' ging hij doodleuk verder.

'... Pardon?' wist ik uit te brengen. 'Ja, je bent dik geworden!' zei Nestory met een grote lach op z'n gezicht. Ik zei dat ik dacht dat dat niet waar was, dat áls er iets met m'n gewicht was gebeurd dit de andere kant op zou zijn, maar meneer hield voet bij stuk: 'Toen je hier kwam was je zo (hij houdt z'n handen dicht bij elkaar), en nu ben je zo (handen worden twintig centimeter verplaatst naar buiten). Dus tja, je bent dik geworden!'

Ik probeerde nog te vragen of hij me niet met Lizzie heeft verward, aangezien zij tengerder is dan ik ben, maar Nestory zei van niet. Uiteindelijk ben ik maar weggelopen, te stomverbaasd om verder te praten met hem. Gelukkig kwam David to the rescue: 'Weet je, Nestory, in Europa is het een nóg grotere zonde om iemand dik te noemen.'

Maar goed, Nestory was niet van gedachten te veranderen. Anders oordelen jullie zelf even aan de hand van deze foto's?

Fijn weekend iedereen!

Zonsverduistering! Je ziet de zon in 't klein gereflecteerd (dat maantje in het midden van de foto)

Prachtige zonsondergang

Ik word geholpen door de mama met het ombinden van het-kind-in-kanga
(Foto gemaakt met haar toestemming)

Yay!

Mijn deken op het weeftouw en mijn dolblije gezicht :-)

1 opmerking: