vrijdag 22 november 2013

Ik ben dokter!*

We hebben het al voorbarig gevierd in Morogoro, met een bezoek aan een zwembad en pizza, maar nu mag ik het dan echt officieel zeggen: ik hoef nooit meer coassistent te zijn. Ik ben klaar. Ik ben dokter.

Ik ben vandaag voor het laatst een ziekenhuis uitgelopen als coassistent, en dat mocht ik doen in 't St. Francis Referral Hospital. Iedereen die me kent zal het niet verbazen dat dit gepaard ging met één of twee traantjes. Het is sowieso al een emotioneel moment, in my humble opinion, maar we hebben in dit ziekenhuis zoveel meegemaakt en zoveel kunnen betekenen, dat dit het extra bijzonder maakt. Ik heb mij in de afgelopen tien weken enorm gehecht aan Ifakara, het ziekenhuis, en met name de mensen die er werken en de patiënten die onze hulp zoeken. Vooral Birgit heeft veel voor mij (en David) betekend, als emotionele steun, en omdat zij het mogelijk heeft gemaakt dat we ons project, de reanimatiecursus, werkelijkheid hebben kunnen maken. Ik heb enorm veel bewondering voor haar: ze gaat hier in totaal drie jaar verblijven, om het ziekenhuisbeleid te verbeteren, en mij lijkt dat een zware, en ook eenzame, taak. Je moet heel sterk zijn om dat vol te houden, en Birgit is dat.

Noemenswaardig aan de trip naar Morogoro voor onze 'graduation party' samen met Lizzie en Maarten is wellicht, naast het heerlijke zwembad, de pizza in het 'mzungu-restaurant' en het eindelijk kunnen printen in A3 en lamineren van onze flowchart, de terugreis. Santiago moest toevallig hetzelfde weekend in Morogoro zijn, en omdat Santiago iedereen kent en iedereen hem kent, kende hij toevallig iemand die ook naar Ifakara moest en een eigen auto in zijn bezit heeft. Voor €1,50 meer hadden we een privéreis in plaats van opgepropt te zitten in een bus. En voor die meerprijs waren we ook in twee derde van de tijd in Ifakara, want onze privéchauffeur was een gevaar op de weg. Halsbrekende inhaalmanoeuvres, met 100 km/uur over zandwegen razen, al toeterend naar andere weggebruikers die snel opzij sprongen of fietsten, en verkeersdrempels negeren (David, Santiago en ik hebben op een gegeven moment met onze koppen tegen het plafond gezeten) - hij draaide er zijn band niet voor om. En dat terwijl we de helft van de tijd blind waren door de stofwolken van de vrachtwagens waar we achter reden: de weg was weg. Wat waren we blij toen we thuis waren!

Onze laatste week hier is redelijk rustig verlopen. Ondanks wat frustraties met voorzetkamers (die papa en mama gedoneerd hebben!) en diazepam, hebben David en ik ons wederom met name beziggehouden met de diarrhea room. Want die kindjes worden bijna altijd beter en dat is wel fijn na alle ellende die we de afgelopen weken hebben gezien. Ik heb zelfs één dag de visite helemaal in mijn eentje gelopen, omdat David een dagje meeliep met dr. Anna. Dus toen heb ik mijn Swahili extra op de proef kunnen stellen! En de moeders waren die dag héél aangenaam verrast, omdat ik zonder hen te vragen om namen alle dossiers op het juiste bed kon neerleggen: dat gebeurt hier niet vaak! Of helemaal nooit, misschien. Ik werd voor het eerst toegelachen in plaats van uitgelachen. Wel heb ik een kind toen echt de schrik van haar leven gegeven door gewoon mezelf te zijn: een blank meisje. De alomvattende blinde paniek bij haar was zó sneu om te zien. Maar ik kon er weinig aan veranderen, aangezien ik de oorzaak was van deze paniekaanval, en ik moest haar toch wel echt even onderzoeken... Gelukkig kon ik haar naar huis sturen!

Ik had die dag ook een meiske in de diarrhea room dat aardig ziek was: nauwelijks wakker te krijgen, veel te laag bloedsuiker en hoge koorts. Ik heb haar snel behandeld voor de hypoglycemie, en heb daarna de rest van mijn behandelplan besproken met dr. sr. Philipina. Zij had nog een aantal (kleine) toevoegingen, en we hebben haar overgeplaatst naar room 2, de 'intensive care' van de kinderafdeling. Vanochtend leek het iets beter met haar te gaan, gelukkig. En het was ook wel fijn de verantwoordelijkheid over te dragen aan een 'senior doctor', want deze week wilde ik liever niet met ernstig zieke kindjes te maken krijgen: het was m'n laatste week, dus dit moest een goede week worden. En dat is 't geworden. Ik heb met een zeer tevreden, en een ietwat melancholisch, gevoel het ziekenhuis kunnen verlaten, coassistent af.

Ondertussen is met name Lara druk bezig geweest met het regelen van een auto voor onze safari volgende week. Die dachten we al geregeld te hebben, maar toen we zondag gingen kijken bij de land cruiser, bleek 'ie niet te rijden. Donderdag was 't dan eindelijk zover: hij reed! Dus Lara, Santiago en Lara's vader (die samen met haar moeder afgelopen maandag zijn aangekomen) hebben even een proefritje gemaakt. Nou, goed, hij reed, dus. Maar de remmen, de deuren, de toeter, het stuur en de motorkap, die deden het niet. 'Minor problems', volgens dr. Kija, de eigenaar. Toch wel wat 'major problems' volgens ons, dus die auto werd 'm niet. Gelukkig wist de mechanic van de garage nog een soortgelijke auto, dus die hebben we kunnen regelen, voor net iets meer per dag, maar wel één waarvan we weten dat 'ie rijdt.

Nu alleen nog pakken, en officieel afscheid nemen van Ifakara, en van alle lieve mensen die we hier hebben leren kennen. En dan: vakantie, here I come!

* Mits mijn beoordelingsformulier wordt goedgekeurd en er verder geen onverwachte problemen opduiken.

Ons hotel in Morogoro

Ik leg uit hoe de voorzetkamer (gedoneerd door papa en mama) werkt

'The holy cross' heeft deze week alle afdelingen gezegend

Mijn F-75 en F-100 poster en onze flowchart geprint en gelamineerd! De recepten voor F-75 en F-100 zijn meteen in 'n map gestopt van de HIV-kliniek :-)

En wij met Birgit bij de flowcharts, die nu ophangen in de labor ward en de neonatal ward!

Team Africa!

Bij de lunch kregen we van Lara's ouders slingers om ons 'dokter-zijn' te vieren :-) Super lief!! En YES, we zijn nu, na zes jaar studeren, arts!

donderdag 14 november 2013

Masai en motivatie

Afgelopen zondag zijn we weer eens op stap geweest, dit keer naar een Masai dorp. We zijn per 'bajaj' (spreek uit als badjadjz) daar naartoe gegaan. We hadden er via Santiago twee gehuurd, en hij en Maarten hebben de bajaj's bestuurd. Dit had nogal wat voeten in aarde, want de koppeling in de ene bajaj was heel slecht, en hij viel voortdurend stil als je even geen gas gaf of stilstond. De rem van de andere bleek niet te werken, dus remmen werd via de clutch gedaan.

Voor we Ifakara uit waren, was Maarten als tientallen keren stil gevallen met zijn bajaj (niet zijn schuld, 't was gewoon een k*twerk om dat ding te besturen), dus erg snel ging het in eerste instantie niet. Daarna ging onze tocht verder over de 'grote weg', met langs razende vrachtwagens en bussen. Dit ging voortdurend heuvel op en af, dus dat gaf aanleiding tot een aantal spannende momenten met een stilgevallen bajaj en een naderende truck. Gelukkig konden we na 20 km afslaan.

Of nou ja, gelukkig... Nu gingen we met onze bajaj over paadjes die eigenlijk alleen maar bedoeld zijn voor motors. Die paadjes waren dus érg smal, en erg hobbelig en bobbelig. Gelukkig had Maarten de koppeling al beter door, waardoor we uiteindelijk, na drie uur rijden, aankwamen bij het Masai dorp. Heel fijn zonder kapotte bajaj, want in deze middle-of-nowhere hadden we van je lang zal je leven geen hulp kunnen krijgen. Ik had een omheind dorp verwacht, met alle hutjes dichtbij elkaar, maar niets in minder waar. Alle huisjes staan als losse entiteiten in de savanne, met 20-50 meter afstand tussen het volgende huis. Heel bizar, en ik was naar mijn gevoel dan ook niet echt in 'een dorp'.

We werden ontvangen door alle dorpsoudsten, allemaal mannen uiteraard, in traditionele doeken. En iedereen droeg daar witte waterschoenen onder, hilarisch. Er werd meteen geïnformeerd naar onze leeftijd, waarschijnlijk om onze 'desirability' als echtgenote te bepalen. Alle vrouwen bleken in de kerk te zitten. Dit was een half afgebouwd gebouw, met grote gaten voor ramen en een half dak. Drie mannen lazen daar omstebeurt een stuk uit de bijbel voor, waarna er telkens een aantal Masai vrouwen gingen zingen en dansen. Ik denk dat heel de zondag op die manier werd gevuld. Wij mochten even gaan kijken, waarna we werden voorgesteld door het dorpshoofd. Ik heb me nog nooit zo wit en bekeken gevoeld; 't was heel ongemakkelijk. Gelukkig - alhoewel het erg interessant was - konden we snel weer weg. 

Het eten was namelijk klaar: rijst met geit! Eerst hebben we onze gastheren getrakteerd op watermeloen. Dit bleken ze totaal niet te kennen, dus om alle reacties van die stoere mannen te zien was toch wel grappig. Hun eten was redelijk te doen, alhoewel ik erachter ben gekomen dat geit niet behoord tot m'n favoriete soorten vlees. Ten slotte kregen we een korte

Tijdens de terugreis kwam ik er pas achter dat de bajaj waar ik in zat geen werkende rem had, waardoor ik een langzaam-maar-zeker opbouwende paniekaanval kreeg. Gelukkig stopten we halverwege ergens om wat soda te drinken, en was David dapper genoeg om met mij te willen ruilen. En Maarten had de bajaj genoeg onder controle dat we maar één keer zijn stilgevallen. Thuis aangekomen heb ik ook nog even 50 meter gereden, want tja, als je een bajaj hebt, moet je daar wel optimaal gebruik van maken!

Na deze spannende - of wellicht zelfs levensgevaarlijke - tocht, was het weer tijd voor een weekje ziekenhuis. (En tijd voor spierpijn voor Maarten, in zijn handen. Maar hij was wel de held van de zondag!) Door de onderbezetting hebben David en ik wederom zelfstandig visite gelopen in de diarrhea room en de malnutrition room. Omdat we zo op onszelf zijn aangewezen, gaat mijn Swahili echt met sprongen vooruit. Bijna jammer dat ik hier nog maar één week blijf. Bijna.

Vorige week hadden we bij één van de opgenomen kindjes een bloedtest laten doen om te kijken of zij sikkelcelziekte heeft. Dit bleek helaas zo te zijn, maar het was voor ons wel een bijzonder gevoel dat we met maar een aantal aanwijzingen de diagnose hadden gesteld (en daarna bevestigd met een labonderzoekje). Hopelijk komen de ouders met haar terug op de controle afspraken en slikt ze trouw haar medicatie; dat zou al een hoop schelen voor hoeveel last ze hiervan gaat krijgen...

Iemand die helaas namelijk verdwenen lijkt te zijn, is het meisje van twee weken geleden met de hartafwijking. Haar vader 'moest even naar huis om wat dingen te regelen'. Maar hij is daarna niet meer teruggekomen. Waarschijnlijk zocht hij een elegantere uitweg dan dat hij moest toegeven dat hij de reis naar Dar-es-Salaam en de operatie die zij nodig heeft niet kan betalen. Heel frustrerend, zeker omdat we haar niet zomaar kunnen opsporen. En als we dat wel zouden kunnen doen, dan kun je haar vader alsnog niet dwingen om haar te laten opereren. De wereld is soms enorm oneerlijk.

Een zo mogelijk nog oneerlijker situatie is die van het meisje met HIV die ik in mijn vorige blog kort genoemd heb. Zij was recent gediagnosticeerd met aids (dit had eerder gediagnosticeerd kunnen zijn, als er testen beschikbaar waren - niet dat dat veel had uitgemaakt), en ze bleek nog maar heel weinig afweer te hebben. Hierdoor kreeg zij allemaal infecties, waaronder ook een longontsteking. Woensdagochtend bleek deze longontsteking haar te veel te zijn geworden: ze was overleden. Omdat zij meer dan de helft van mijn verblijf hier was opgenomen, had ik me nogal - iets teveel - aan haar gehecht, dus dit hakte er bij mij aardig in. Ook dr. Anna, van de HIV-kliniek, was erg van slag. Deze moeder had al twee andere kinderen verloren, en ze was zó goed bezig met dit meiske... Gewoon vreselijk voor haar en haar man. Nog erger was het feit dat ze de ziekenhuiskosten niet volledig konden betalen: ze mochten het lichaampje van dit poppeke niet meenemen. Omdat mijn hart niet van steen is heb ik - en David trouwens ook - de laatste €12 betaald. Want het kán gewoon niet dat je je kind niet mag begraven omdat je te weinig geld hebt.

Gelukkig zijn er zat dingen waar ik helemaal van kan opvrolijken, zoals 'mijn' ondervoede meiske dat in één week 800 gram aankwam, opeens blijkt te kunnen lachen en lopen, en eet alsof haar leven ervan afhangt (in haar geval waarschijnlijk waar). Dus die mocht na ruim een maand opname naar huis! Heerlijk! En de meeste kinderen in de diarrhea room komen er met een beetje TLC en vocht snel weer bovenop, waarna ze onze stickers dankbaar in ontvangst nemen en ons trakteren op grote glimlachen. In de diarrhea room is ook een jongetje opgenomen met HIV en ondervoeding, en nu dat het beter met hem gaat, ontpopt hij zich als een sociale vlinder. Hij weet alle andere kindjes uit hun schulp te halen door hen te benaderen, met hen te spelen en zijn knuffel met hen te delen. Opeens zie je kort daarvoor nog zieke kindjes lachend met hem door de gangen rennen, of ze komen als sticker-partners-in-crime om (extra) stickers smeken. En met een beetje aanmoediging van hem zijn ze soms ook opeens niet meer bang voor de 'mzungu-dokters'. Het is echt een geweldig joch; bijna jammer dat hij morgen naar huis mag!

Wat ook een hart onder de riem steekt is de dankbaarheid van alle mama's en bibi's (= oma's). En tegelijkertijd is het heel beschamend. Want ze zijn wel héél dankbaar met onze uitleg en de aandacht die wij hebben voor hun (klein)kindjes. Maar hun dank-je-wels en oprechte blijdschap en hun stralende gezichten als hun kind weer naar huis mag: dat is één van de redenen waardoor ik, ondanks alle ellende die ik hier tegenkom, toch nog steeds gemotiveerd aan een nieuwe dag begin. Want alhoewel er veel kinderen doodgaan (ons 'record' is 6 op één dag...), gaan er ook héél veel weer gezond naar huis.

Dus kom maar op met die laatste week!

In de bajaj, met de andere bajaj in aantocht

Voetballen, met de Masai op de achtergrond

Testritje in de bajaj

De kat van 't guesthouse heeft kittens gekregen!

Er er was deze week een workshop over cryptococcal meningitis. Niet heel relevant voor ons, maar er was wel een héérlijk buffet ;-)

vrijdag 8 november 2013

Africa: the good, the fat and the ugly

Ik heb deze week iets gedaan wat ik al wilde doen sinds ik voet zette op Afrikaanse bodem: een kind op m'n rug dragen.

Omdat drie van de vijf interns er deze week niet zijn (Rashid is klaar, en Emanuel en Praygod zijn naar hun diploma uitreiking) was de kinderafdeling nogal onderbezet. Dit betekende dat David en ik aardig wat verantwoordelijkheid kregen: wij mochten visite lopen bij de 'diarrhea room' en de 'malnutrition room'. Gelukkig met zo nu en dan vertaalhulp van de verpleegkundigen, maar als puntje bij paaltje komt kan ik me nog aardig verstaanbaar maken in het Swahili! Ik kan redelijk wat vragen, en het een en ander uitleggen over de behandeling lukt me ook al aardig. Dat voelt toch wel fijn! Helaas kan ik de mama's en papa's nog niet altijd volgen als ze in waterval-Swahili iets aan me proberen duidelijk te maken, maar je kunt niet alles hebben.

Anyway, zodoende hadden David en ik dus ook wat mee vrijheid van handelen. Dus toen ik tijdens het lichamelijk onderzoeken van een meiske heel leuk contact met haar had (oh my, hoe ze lachte! Ik kon me bijna niet inhouden; als de mama even niet had opgelet had ik haar gekidnapt!), dacht ik 'nu of nooit', en heb aan de mama gevraagd of ik haar op m'n rug mocht dragen. Uiteraard werden we hard uitgelachen door zowel patiënten als staff, maar het mocht! Rug parallel met de grond, kind op je rug, kanga eromheen, alles goed vastknopen, en gaan met die banaan. Het was een beetje onwennig - ik was steeds bang dat 't meisje onder de kanga door zou glippen - maar het was echt super!

Met een blij gevoel - een geslaagde ward-ronde én een kind op je rug in één ochtend! - gingen we dus nog even bij Lizzie kijken, die weer een dagje naar de neonatal ward was gegaan. En meteen wist ik weer waarom ik had besloten niet meer naar deze ward te gaan: Lizzie liet ons een kleine stumper zien van 16 dagen oud, die het vreselijk benauwd had. Longetjes vol met vocht, een lage zuurstofspanning in 't bloed, en  een enorm opgeblazen buik. Gelukkig kwam ik op mijn zoektocht naar een pinguïn - een uitzuig-vacuüm ding in de vorm van deze antarctische beesten - Birgit tegen, die ik mee heb genomen. Waarschijnlijk heeft de maagsonde waardoor dit jochie eten kreeg te hoog gezeten, waardoor alles in z'n longetjes kwam in plaats van in z'n maag. Of mogelijk was er een anatomische afwijking, welke z'n longen met z'n slokdarm verbond. Hoe dan ook, het was al vrij snel duidelijk dat reanimeren in engere zin - hartmassage en beademen - niet veel zou helpen, aangezien we de oorzaak niet konden behandelen met de middelen die hier beschikbaar zijn. Nadat het jongetje had overgegeven en we dat hadden uitgezogen, hebben we een nieuwe maagsonde geplaatst om zoveel mogelijk lucht uit z'n maag te krijgen om het ademen makkelijker te maken. Helaas bleef de saturatie dalen, net als z'n hartslag. Na een half uur verwoede pogingen om dit poppeke te redden, stopte hij met ademen. De oma werd erbij gehaald, en we hebben haar de situatie uitgelegd. Gelukkig wilde zij het kindje vasthouden, en heeft hij dus zijn laatste momenten mogen beleven in de armen van iemand die heel veel van hem houdt.

Deze weken hebben me mogelijk wat cynischer gemaakt, maar dit soort situaties worden niet makkelijker. Een kindje dood zien gaan is toch echt wel één van de naarste dingen ooit, en dat meemaken went nooit, denk ik. Gelukkig waren David en Lizzie erbij, en hebben we elkaar kunnen troosten. Maar goed, het positieve gevoel van de ochtend was plotsklaps wel verdwenen.

Gelukkig hadden we de reanimatiecursus om ons 's middags weer op te vrolijken: we hebben vier nieuwe nurses ons stroomdiagram uit kunnen leggen en met hen kunnen oefenen! Hopelijk bereiken we in onze laatste twee weken in 't St. Francis nog de andere verpleegkundigen, want van de Labor Ward missen er nog een aantal. Gaat vast lukken!

En ná de reanimatiecursus ben ik mijn custom-made deken gaan ophalen! Hij is echt héél mooi geworden. Dus die gaat thuis op m'n bank prijken. Al met al dus een dag met - ondanks het overleden kindje - overwegend positieve dingen. Karma restored? Ik hoop 't.

De dag na deze up-and-down-dag - woensdag - heb ik een dagje meegelopen met dr. Anna, de kinderarts die werkzaam is in de HIV-kliniek. 's Ochtends hebben we visite gedaan op de kinderafdeling, om daar alle kindjes die zij heeft opgenomen te zien en te behandelen. Dit zijn vaak ernstig zieke kindjes, met nauwelijks nog afweer(cellen) over. Er moet dus qua behandeling erg veel gepuzzeld worden, en daarnaast moet je vooral heel veel hopen dat de behandeling aanslaat en de patiëntjes het gaan redden. Zo ligt er een ernstig ondervoed jongetje, met slechte afweer en een hersenvliesontsteking veroorzaakt door een schimmel. Hij is echter helder genoeg om mij om stickers te vragen! Of het kleine meiske dat ik bij de vorige opname al wilde testen, maar wat toen niet kon omdat de HIV-testen op waren: nu heeft ze nog maar 1% van haar afweercellen over, en heeft ze infectie na infectie. Gelukkig heeft ze een héél betrokken moeder, en lijkt het bovendien alweer iets beter te gaan.

Na de visite gingen we terug naar de polikliniek, waar Anna spreekuur had: hierop komen vooral veel 'exposed baby's', oftewel kinderen met HIV-positieve moeders, die zelf (nog) niet besmet zijn. Geweldige knuffel-baby's, dus. Ook zijn er HIV-positieve kinderen die goed behandeld worden en daardoor dus een prima afweer en weinig klachten hebben. Heel fijn om al die fijne verhalen te horen en te zien! Niet alles dat HIV-gerelateerd is, is kommer en kwel. Gelukkig. En al met al had ik dus een erg leerzame dag!

De rest van de week kabbelde een beetje voort, met 'onze eigen' ward-rondes en niet al te zieke kindjes. En met een gesprek dat ik, vanwege z'n bizariteit, graag met jullie wil delen. Jullie kennen Nestory denk ik nog wel? Die kwam even kijken hoe het met Lizzie was - die was donderdag ziek - waarna hij nog even een praatje met ons aanknoopte.

'Ik heb gehoord dat het een zonde is om in Europa dik te zijn?' vroeg hij aan mij. 'Uhm, misschien...' antwoordde ik, niet goed wetend waar hij heen wilde. 'Nou, want dan heb jij gezondigd,' ging hij doodleuk verder.

'... Pardon?' wist ik uit te brengen. 'Ja, je bent dik geworden!' zei Nestory met een grote lach op z'n gezicht. Ik zei dat ik dacht dat dat niet waar was, dat áls er iets met m'n gewicht was gebeurd dit de andere kant op zou zijn, maar meneer hield voet bij stuk: 'Toen je hier kwam was je zo (hij houdt z'n handen dicht bij elkaar), en nu ben je zo (handen worden twintig centimeter verplaatst naar buiten). Dus tja, je bent dik geworden!'

Ik probeerde nog te vragen of hij me niet met Lizzie heeft verward, aangezien zij tengerder is dan ik ben, maar Nestory zei van niet. Uiteindelijk ben ik maar weggelopen, te stomverbaasd om verder te praten met hem. Gelukkig kwam David to the rescue: 'Weet je, Nestory, in Europa is het een nóg grotere zonde om iemand dik te noemen.'

Maar goed, Nestory was niet van gedachten te veranderen. Anders oordelen jullie zelf even aan de hand van deze foto's?

Fijn weekend iedereen!

Zonsverduistering! Je ziet de zon in 't klein gereflecteerd (dat maantje in het midden van de foto)

Prachtige zonsondergang

Ik word geholpen door de mama met het ombinden van het-kind-in-kanga
(Foto gemaakt met haar toestemming)

Yay!

Mijn deken op het weeftouw en mijn dolblije gezicht :-)

zaterdag 2 november 2013

Handen uit de mouwen!

Deze week stond in het teken van 'Afrika ontdekken op een nieuwe manier'. We hebben een aantal weken geleden Johannes en Jeremia leren kennen, twee Duits/Oostenrijkse knullen die veel landbouw projecten hier uitvoeren, naast de watervoorziening voor het ziekenhuis regelen. Zij gaan dus veel op pad naar dorpjes, om daar kleinere en grotere projecten op te starten. Vaak gaan ze projecten aan met vrouwen, omdat het geld anders in de zakken van de mannen verdwijnen. Ook werken ze veel met HIV-positieve mensen. Goed werk, dus.

Afgelopen zaterdag hebben Maarten, Lizzie en ik ons bij hen gevoegd voor een fietstocht naar een dorpje buiten Ifakara. In dat dorpje woont Moses, de Tanzaniaan die alle projecten van Johannes overziet, en we gingen zijn pasgebouwde huis bekijken. Dan zie je plots een heel andere kant van Afrika. Lemen hutjes, rulle zandwegen, kleine slingerpaadjes en overal shamba's, oftewel landbouwveldjes. Het was een flinke fietstocht van ongeveer twee uur, in de volle zon, maar wat een vergezichten: in de verte waren de bergen van Udzungwa Park te zien, en het Afrikaanse platteland is ook prachtig. Het huis van Moses was spik-en-span, van baksteen, met een zonnepaneel! We kregen van Moses' zus - een meid van 22 met al 3 kinderen... - gefrituurde banaan en een hele kip om op te peuzelen. De weg die naast het huis ligt werd nog gemaakt, dus wij moesten door de greppels, omdat de weg zelf rul zand en hopen kleiachtige grond was. Niet 'n plek waar je als doorsnee toerist komt! Op de terugweg - een nog warmere tocht, want ze zon stond hoger - zijn we nog langs een school voor mentaal gehandicapten gereden. Tientallen kinderen, met voornamelijk syndroom van Down, kwamen ons begroeten en knuffelen zodra ze ons zagen. Ik haalde m'n camera tevoorschijn, en bedacht me meteen dat ik een grote fout had gemaakt: ik stond in 'n grote drom kinderen, die allemaal héél graag een foto van zichzelf wilden hebben. Ik zat gevangen! Gelukkig ging de nieuwigheid van de camera er snel af, en hebben we ook nog even gezellig met ze kunnen dansen. Wat een 'humbling experience'; niet alleen de school, maar ook om te zien hoe de doorsnee-Tanzaniaan leeft. Het plaatst een heleboel situaties in het ziekenhuis in perspectief.

Dinsdag werden we weer op sleeptouw meegenomen door Johannes en Jeremia, dit keer naar Nazarethi, het lepradorp dat vlak achter ons guesthouse bleek te liggen. Hier verblijven veel mensen met lepra, maar met name tijdelijk: na hun behandeling - gesponsord door Novartis - kunnen ze weer terug naar hun eigen dorp. Er lopen echter ook heel wat wazee - ouderen/bejaarden - rond die besmet zijn vóór er een goede behandeling beschikbaar was, en die daardoor rondlopen met geamputeerde handen en voeten. Erg indrukwekkend om te zien! Ook indrukwekkend is hoe goed Nazarethi is georganiseerd: er zijn prachtige slaapzalen, gehandicaptentoiletten en -douches en een grote binnenplaats met gigantische mangobomen voor de schaduw. Ze hebben hun eigen watervoorziening en groeien hun eigen groenten, en maken daarnaast onder andere rieten manden om te verkopen op de markt. Ook bouwen ze huizen om te verhuren aan verpleegkundigen en artsen. Hierdoor zijn ze nog niet helemaal onafhankelijk van ontwikkelingshulp, maar 't komt in de buurt! Dit heeft het dorp allemaal te danken aan Maria Paula, een op dit moment gepensioneerde, maar naar horen zeggen zeer bijzondere Zwitserse non. Op de grond van het lepradorp bevindt zich eveneens een weverij waar de moeders van gehandicapte kinderen werken. Die wil ik uiteraard steunen, dus ik heb daar het één en ander gekocht: placemats, een theedoek en er wordt als het goed is op dit moment een deken voor me gemaakt.

Johannes en Jeremia starten een nieuw project op: konijnenfokken. Want konijnen zijn relatief makkelijk te verzorgen, en planten zich snel voort, dus dat is een prima bron van inkomst. Om konijnen te kunnen houden zijn er konijnenhokken nodig, welke vrijdag gemaakt zijn en waar we bij hebben geholpen. Of nou ja, ik heb gaas geknipt voor op de deuren, en heb verder vooral in verbazing zitten kijken hoe twintig volwassen mannen een hele dag bezig zijn met drie hokken maken. Na dit 'harde' werk hebben we onszelf getrakteerd op varkensvlees en een filmavond, waarbij we de film hebben geprojecteerd op de muur van het guesthouse met een illegaal geleende beamer (om precies te zijn, legaal geleend, zonder te vertellen hoe lang we 'm wilden gebruiken).

Verder heb ik natuurlijk ook niet stil gezeten in het ziekenhuis! Hier een aantal highlights:

1. We hebben, met relatief succes, vlindernaaldjes geïntroduceerd bij het bloedprikken, in plaats van de naald en spuit die altijd gebruikt wordt hier. De verpleging en de interns snapten ook meteen waarom het handig was om de vlindernaaldjes te gebruiken: minder pijn voor het kind, makkelijk gebruik van het vacuümsysteem van de bloedbuisjes en minder kans op vervuiling van het bloedmonster. Een klein succesje!

2. Van kinder- naar volwassengeneeskunde: een mama was gecollabeerd in de ward. Ze bleek een epileptische aanval te hebben. Even wat anders dan kleine kindjes. Never a dull day in Africa!

3. Ik had deze week de deprimerende taak om de 'audit' uit te voeren: alle kindjes die deze week zijn overleden bespreken en bekijken wat er eventueel verbeterd had kunnen worden aan de zorg. Een middag casussen doornemen dus - vijf in totaal, veel te veel - als voorbereiding, om ze de ochtend daarna te presenteren. En helaas kon er best veel veranderd worden, zowel binnen de kindergeneeskunde zelf, als wat betreft communicatie binnen afdelingen. Ik voelde me een beetje als de Grote Boze Mzungu, die komt vertellen wat er allemaal wel niet mis gaat in Afrika: 'en dit gaat verkeerd, en dat gaat verkeerd, en zus kan worden verbeterd en zo moet anders...' Gelukkig lijkt het erop dat het door de rest niet zo werd opgevat, en het hielp dat Birgit aanwezig was. En dr. sr. Philipina staat erg open voor suggesties, en volgens mij gaat ze ook echt wat proberen te veranderen!

4. Een interessante casus van een 2-jarig meisje, die vocht vasthield. Ik dacht in eerste instantie aan nefrotisch syndroom - een nieraandoening - tot we haar vingers en tenen zagen: horlogeglasnagels, een teken van zuurstoftekort. Een stethoscoop op haar borst bracht een ruisje aan het licht, waardoor een aangeboren hartafwijking met harthalen hoog in de differentiaal diagnose - een lijst met mogelijke diagnoses - kwam te staan. Na wat gezoek op het internet leek mij de tetralogie van Fallot de 'beste' optie. Dit werd bevestigd door middel van een echo, alhoewel het erop lijkt dat er nog meer aan de hand is (met verschillende saturaties aan beide armen kan ze ook nog best wel een 'patent ductus arteriosus' hebben). Genoeg reden in ieder geval om haar naar Dar-es-Salaam te sturen, voor verder onderzoek en een operatie daar.

5. Een andere gegadigde voor een bezoekje aan de Tanzaniaanse hoofdstad - en een, vind ik zelf, uitmuntend staaltje klinisch redeneren van yours truly :-P - is het jochie dat we vrijdagochtend zagen. Met één blik en twee zinnen info (Hij kon eerst zitten en staan en sinds een maand gaat z'n ontwikkeling achteruit. Hij is 1 jaar en 4 maanden.) had ik de diagnose klaar: een waterhoofd, met sinds kort dichtgegroeide schedelnaden, waardoor er een verhoogde hersendruk is, wat de achteruitgang in ontwikkeling verklaart en z'n verminderde bewustzijn. Helaas kunnen we hier geen verdere diagnostiek doen (zolang de schedelnaden open zijn kun je een echo laten maken, nu kun je alleen de diagnose bevestigen middels CT of MRI), dus ik zal er wel niet achter komen of ik inderdaad gelijk heb, maar we hebben tijdens ons lichamelijk onderzoek geen reden gevonden om aan de diagnose te twijfelen. Dus ook dit ventje gaat binnenkort met de bus naar Dar. Als de ouders zich dat kunnen veroorloven.

Verder hebben we nog een reanimatiecursus gegeven met een opkomst van één, dus volgende week weer een poging. Ook hebben we stickers en high-fives uitgedeeld aan de kindjes in de surgical ward, omdat we elke dag met 'good morning, good morning!' worden begroet door hen.

En nu is het, na een goede en drukke week, tijd voor een lekker ontspannend weekendje! En tijd voor foto's!

Het dorpje van onze fietstocht

Het lepradorp

Konijnenhokken maken!

Chillen in onze hangmat

Röntgenfoto van het meisje met de hartafwijking. Normaal hoort een hart - dat witte ding in het midden - niet groter te zijn dan de helft van de diameter van de borstkas. Dit is niet goed dus.

Het meiske onderzoeken