vrijdag 22 november 2013

Ik ben dokter!*

We hebben het al voorbarig gevierd in Morogoro, met een bezoek aan een zwembad en pizza, maar nu mag ik het dan echt officieel zeggen: ik hoef nooit meer coassistent te zijn. Ik ben klaar. Ik ben dokter.

Ik ben vandaag voor het laatst een ziekenhuis uitgelopen als coassistent, en dat mocht ik doen in 't St. Francis Referral Hospital. Iedereen die me kent zal het niet verbazen dat dit gepaard ging met één of twee traantjes. Het is sowieso al een emotioneel moment, in my humble opinion, maar we hebben in dit ziekenhuis zoveel meegemaakt en zoveel kunnen betekenen, dat dit het extra bijzonder maakt. Ik heb mij in de afgelopen tien weken enorm gehecht aan Ifakara, het ziekenhuis, en met name de mensen die er werken en de patiënten die onze hulp zoeken. Vooral Birgit heeft veel voor mij (en David) betekend, als emotionele steun, en omdat zij het mogelijk heeft gemaakt dat we ons project, de reanimatiecursus, werkelijkheid hebben kunnen maken. Ik heb enorm veel bewondering voor haar: ze gaat hier in totaal drie jaar verblijven, om het ziekenhuisbeleid te verbeteren, en mij lijkt dat een zware, en ook eenzame, taak. Je moet heel sterk zijn om dat vol te houden, en Birgit is dat.

Noemenswaardig aan de trip naar Morogoro voor onze 'graduation party' samen met Lizzie en Maarten is wellicht, naast het heerlijke zwembad, de pizza in het 'mzungu-restaurant' en het eindelijk kunnen printen in A3 en lamineren van onze flowchart, de terugreis. Santiago moest toevallig hetzelfde weekend in Morogoro zijn, en omdat Santiago iedereen kent en iedereen hem kent, kende hij toevallig iemand die ook naar Ifakara moest en een eigen auto in zijn bezit heeft. Voor €1,50 meer hadden we een privéreis in plaats van opgepropt te zitten in een bus. En voor die meerprijs waren we ook in twee derde van de tijd in Ifakara, want onze privéchauffeur was een gevaar op de weg. Halsbrekende inhaalmanoeuvres, met 100 km/uur over zandwegen razen, al toeterend naar andere weggebruikers die snel opzij sprongen of fietsten, en verkeersdrempels negeren (David, Santiago en ik hebben op een gegeven moment met onze koppen tegen het plafond gezeten) - hij draaide er zijn band niet voor om. En dat terwijl we de helft van de tijd blind waren door de stofwolken van de vrachtwagens waar we achter reden: de weg was weg. Wat waren we blij toen we thuis waren!

Onze laatste week hier is redelijk rustig verlopen. Ondanks wat frustraties met voorzetkamers (die papa en mama gedoneerd hebben!) en diazepam, hebben David en ik ons wederom met name beziggehouden met de diarrhea room. Want die kindjes worden bijna altijd beter en dat is wel fijn na alle ellende die we de afgelopen weken hebben gezien. Ik heb zelfs één dag de visite helemaal in mijn eentje gelopen, omdat David een dagje meeliep met dr. Anna. Dus toen heb ik mijn Swahili extra op de proef kunnen stellen! En de moeders waren die dag héél aangenaam verrast, omdat ik zonder hen te vragen om namen alle dossiers op het juiste bed kon neerleggen: dat gebeurt hier niet vaak! Of helemaal nooit, misschien. Ik werd voor het eerst toegelachen in plaats van uitgelachen. Wel heb ik een kind toen echt de schrik van haar leven gegeven door gewoon mezelf te zijn: een blank meisje. De alomvattende blinde paniek bij haar was zó sneu om te zien. Maar ik kon er weinig aan veranderen, aangezien ik de oorzaak was van deze paniekaanval, en ik moest haar toch wel echt even onderzoeken... Gelukkig kon ik haar naar huis sturen!

Ik had die dag ook een meiske in de diarrhea room dat aardig ziek was: nauwelijks wakker te krijgen, veel te laag bloedsuiker en hoge koorts. Ik heb haar snel behandeld voor de hypoglycemie, en heb daarna de rest van mijn behandelplan besproken met dr. sr. Philipina. Zij had nog een aantal (kleine) toevoegingen, en we hebben haar overgeplaatst naar room 2, de 'intensive care' van de kinderafdeling. Vanochtend leek het iets beter met haar te gaan, gelukkig. En het was ook wel fijn de verantwoordelijkheid over te dragen aan een 'senior doctor', want deze week wilde ik liever niet met ernstig zieke kindjes te maken krijgen: het was m'n laatste week, dus dit moest een goede week worden. En dat is 't geworden. Ik heb met een zeer tevreden, en een ietwat melancholisch, gevoel het ziekenhuis kunnen verlaten, coassistent af.

Ondertussen is met name Lara druk bezig geweest met het regelen van een auto voor onze safari volgende week. Die dachten we al geregeld te hebben, maar toen we zondag gingen kijken bij de land cruiser, bleek 'ie niet te rijden. Donderdag was 't dan eindelijk zover: hij reed! Dus Lara, Santiago en Lara's vader (die samen met haar moeder afgelopen maandag zijn aangekomen) hebben even een proefritje gemaakt. Nou, goed, hij reed, dus. Maar de remmen, de deuren, de toeter, het stuur en de motorkap, die deden het niet. 'Minor problems', volgens dr. Kija, de eigenaar. Toch wel wat 'major problems' volgens ons, dus die auto werd 'm niet. Gelukkig wist de mechanic van de garage nog een soortgelijke auto, dus die hebben we kunnen regelen, voor net iets meer per dag, maar wel één waarvan we weten dat 'ie rijdt.

Nu alleen nog pakken, en officieel afscheid nemen van Ifakara, en van alle lieve mensen die we hier hebben leren kennen. En dan: vakantie, here I come!

* Mits mijn beoordelingsformulier wordt goedgekeurd en er verder geen onverwachte problemen opduiken.

Ons hotel in Morogoro

Ik leg uit hoe de voorzetkamer (gedoneerd door papa en mama) werkt

'The holy cross' heeft deze week alle afdelingen gezegend

Mijn F-75 en F-100 poster en onze flowchart geprint en gelamineerd! De recepten voor F-75 en F-100 zijn meteen in 'n map gestopt van de HIV-kliniek :-)

En wij met Birgit bij de flowcharts, die nu ophangen in de labor ward en de neonatal ward!

Team Africa!

Bij de lunch kregen we van Lara's ouders slingers om ons 'dokter-zijn' te vieren :-) Super lief!! En YES, we zijn nu, na zes jaar studeren, arts!

donderdag 14 november 2013

Masai en motivatie

Afgelopen zondag zijn we weer eens op stap geweest, dit keer naar een Masai dorp. We zijn per 'bajaj' (spreek uit als badjadjz) daar naartoe gegaan. We hadden er via Santiago twee gehuurd, en hij en Maarten hebben de bajaj's bestuurd. Dit had nogal wat voeten in aarde, want de koppeling in de ene bajaj was heel slecht, en hij viel voortdurend stil als je even geen gas gaf of stilstond. De rem van de andere bleek niet te werken, dus remmen werd via de clutch gedaan.

Voor we Ifakara uit waren, was Maarten als tientallen keren stil gevallen met zijn bajaj (niet zijn schuld, 't was gewoon een k*twerk om dat ding te besturen), dus erg snel ging het in eerste instantie niet. Daarna ging onze tocht verder over de 'grote weg', met langs razende vrachtwagens en bussen. Dit ging voortdurend heuvel op en af, dus dat gaf aanleiding tot een aantal spannende momenten met een stilgevallen bajaj en een naderende truck. Gelukkig konden we na 20 km afslaan.

Of nou ja, gelukkig... Nu gingen we met onze bajaj over paadjes die eigenlijk alleen maar bedoeld zijn voor motors. Die paadjes waren dus érg smal, en erg hobbelig en bobbelig. Gelukkig had Maarten de koppeling al beter door, waardoor we uiteindelijk, na drie uur rijden, aankwamen bij het Masai dorp. Heel fijn zonder kapotte bajaj, want in deze middle-of-nowhere hadden we van je lang zal je leven geen hulp kunnen krijgen. Ik had een omheind dorp verwacht, met alle hutjes dichtbij elkaar, maar niets in minder waar. Alle huisjes staan als losse entiteiten in de savanne, met 20-50 meter afstand tussen het volgende huis. Heel bizar, en ik was naar mijn gevoel dan ook niet echt in 'een dorp'.

We werden ontvangen door alle dorpsoudsten, allemaal mannen uiteraard, in traditionele doeken. En iedereen droeg daar witte waterschoenen onder, hilarisch. Er werd meteen geïnformeerd naar onze leeftijd, waarschijnlijk om onze 'desirability' als echtgenote te bepalen. Alle vrouwen bleken in de kerk te zitten. Dit was een half afgebouwd gebouw, met grote gaten voor ramen en een half dak. Drie mannen lazen daar omstebeurt een stuk uit de bijbel voor, waarna er telkens een aantal Masai vrouwen gingen zingen en dansen. Ik denk dat heel de zondag op die manier werd gevuld. Wij mochten even gaan kijken, waarna we werden voorgesteld door het dorpshoofd. Ik heb me nog nooit zo wit en bekeken gevoeld; 't was heel ongemakkelijk. Gelukkig - alhoewel het erg interessant was - konden we snel weer weg. 

Het eten was namelijk klaar: rijst met geit! Eerst hebben we onze gastheren getrakteerd op watermeloen. Dit bleken ze totaal niet te kennen, dus om alle reacties van die stoere mannen te zien was toch wel grappig. Hun eten was redelijk te doen, alhoewel ik erachter ben gekomen dat geit niet behoord tot m'n favoriete soorten vlees. Ten slotte kregen we een korte

Tijdens de terugreis kwam ik er pas achter dat de bajaj waar ik in zat geen werkende rem had, waardoor ik een langzaam-maar-zeker opbouwende paniekaanval kreeg. Gelukkig stopten we halverwege ergens om wat soda te drinken, en was David dapper genoeg om met mij te willen ruilen. En Maarten had de bajaj genoeg onder controle dat we maar één keer zijn stilgevallen. Thuis aangekomen heb ik ook nog even 50 meter gereden, want tja, als je een bajaj hebt, moet je daar wel optimaal gebruik van maken!

Na deze spannende - of wellicht zelfs levensgevaarlijke - tocht, was het weer tijd voor een weekje ziekenhuis. (En tijd voor spierpijn voor Maarten, in zijn handen. Maar hij was wel de held van de zondag!) Door de onderbezetting hebben David en ik wederom zelfstandig visite gelopen in de diarrhea room en de malnutrition room. Omdat we zo op onszelf zijn aangewezen, gaat mijn Swahili echt met sprongen vooruit. Bijna jammer dat ik hier nog maar één week blijf. Bijna.

Vorige week hadden we bij één van de opgenomen kindjes een bloedtest laten doen om te kijken of zij sikkelcelziekte heeft. Dit bleek helaas zo te zijn, maar het was voor ons wel een bijzonder gevoel dat we met maar een aantal aanwijzingen de diagnose hadden gesteld (en daarna bevestigd met een labonderzoekje). Hopelijk komen de ouders met haar terug op de controle afspraken en slikt ze trouw haar medicatie; dat zou al een hoop schelen voor hoeveel last ze hiervan gaat krijgen...

Iemand die helaas namelijk verdwenen lijkt te zijn, is het meisje van twee weken geleden met de hartafwijking. Haar vader 'moest even naar huis om wat dingen te regelen'. Maar hij is daarna niet meer teruggekomen. Waarschijnlijk zocht hij een elegantere uitweg dan dat hij moest toegeven dat hij de reis naar Dar-es-Salaam en de operatie die zij nodig heeft niet kan betalen. Heel frustrerend, zeker omdat we haar niet zomaar kunnen opsporen. En als we dat wel zouden kunnen doen, dan kun je haar vader alsnog niet dwingen om haar te laten opereren. De wereld is soms enorm oneerlijk.

Een zo mogelijk nog oneerlijker situatie is die van het meisje met HIV die ik in mijn vorige blog kort genoemd heb. Zij was recent gediagnosticeerd met aids (dit had eerder gediagnosticeerd kunnen zijn, als er testen beschikbaar waren - niet dat dat veel had uitgemaakt), en ze bleek nog maar heel weinig afweer te hebben. Hierdoor kreeg zij allemaal infecties, waaronder ook een longontsteking. Woensdagochtend bleek deze longontsteking haar te veel te zijn geworden: ze was overleden. Omdat zij meer dan de helft van mijn verblijf hier was opgenomen, had ik me nogal - iets teveel - aan haar gehecht, dus dit hakte er bij mij aardig in. Ook dr. Anna, van de HIV-kliniek, was erg van slag. Deze moeder had al twee andere kinderen verloren, en ze was zó goed bezig met dit meiske... Gewoon vreselijk voor haar en haar man. Nog erger was het feit dat ze de ziekenhuiskosten niet volledig konden betalen: ze mochten het lichaampje van dit poppeke niet meenemen. Omdat mijn hart niet van steen is heb ik - en David trouwens ook - de laatste €12 betaald. Want het kán gewoon niet dat je je kind niet mag begraven omdat je te weinig geld hebt.

Gelukkig zijn er zat dingen waar ik helemaal van kan opvrolijken, zoals 'mijn' ondervoede meiske dat in één week 800 gram aankwam, opeens blijkt te kunnen lachen en lopen, en eet alsof haar leven ervan afhangt (in haar geval waarschijnlijk waar). Dus die mocht na ruim een maand opname naar huis! Heerlijk! En de meeste kinderen in de diarrhea room komen er met een beetje TLC en vocht snel weer bovenop, waarna ze onze stickers dankbaar in ontvangst nemen en ons trakteren op grote glimlachen. In de diarrhea room is ook een jongetje opgenomen met HIV en ondervoeding, en nu dat het beter met hem gaat, ontpopt hij zich als een sociale vlinder. Hij weet alle andere kindjes uit hun schulp te halen door hen te benaderen, met hen te spelen en zijn knuffel met hen te delen. Opeens zie je kort daarvoor nog zieke kindjes lachend met hem door de gangen rennen, of ze komen als sticker-partners-in-crime om (extra) stickers smeken. En met een beetje aanmoediging van hem zijn ze soms ook opeens niet meer bang voor de 'mzungu-dokters'. Het is echt een geweldig joch; bijna jammer dat hij morgen naar huis mag!

Wat ook een hart onder de riem steekt is de dankbaarheid van alle mama's en bibi's (= oma's). En tegelijkertijd is het heel beschamend. Want ze zijn wel héél dankbaar met onze uitleg en de aandacht die wij hebben voor hun (klein)kindjes. Maar hun dank-je-wels en oprechte blijdschap en hun stralende gezichten als hun kind weer naar huis mag: dat is één van de redenen waardoor ik, ondanks alle ellende die ik hier tegenkom, toch nog steeds gemotiveerd aan een nieuwe dag begin. Want alhoewel er veel kinderen doodgaan (ons 'record' is 6 op één dag...), gaan er ook héél veel weer gezond naar huis.

Dus kom maar op met die laatste week!

In de bajaj, met de andere bajaj in aantocht

Voetballen, met de Masai op de achtergrond

Testritje in de bajaj

De kat van 't guesthouse heeft kittens gekregen!

Er er was deze week een workshop over cryptococcal meningitis. Niet heel relevant voor ons, maar er was wel een héérlijk buffet ;-)